Paul van Gerven
25 May 2007

’Neemt u mij niet kwalijk, maar mag ik u vragen om mij een beetje in de gaten te houden?‘, vraagt een heer op leeftijd aan zijn buurvrouw als hij plaatsneemt in de Irenezaal van de Jaarbeurs. ’Ik ben veel te laat naar bed gegaan en heb bovendien slecht geslapen. Wilt u mij wakker maken als ik wegdommel?‘ De meneer is duidelijk gemotiveerd om het lezingenprogramma ’Tomorrow‘s Electronics‘ op de eerste dag van het Electronics & Automation-event van begin tot eind te volgen. Hij had rustig wat later op kunnen staan, want de sessie komt maar langzaam op gang.

De FHI organiseert Electronics & Automation eens in de twee jaar. Op de beursvloer presenteren rond de 150 bedrijven zich uit de Belgische en Nederlandse elektronicabranche. Goed voor enkele duizenden bezoekers – bij het schrijven van dit artikel stond de teller voor geregistreerde deelnemers op 5110. In de ochtenden van het driedaagse evenement zijn elke dag drie parallelle seminars waarin sprekers uit het veld een keur aan actuele onderwerpen de revue laten passeren.

Uit het conferentieboekje: ’De sprekers zijn zorgvuldig geselecteerd op hun deskundigheid en specifieke expertise en komen zowel uit bedrijven als uit onderzoeksinstituten.‘ Volgens dagvoorzitter Kees Groeneveld van de FHI betekent dat eerst bedrijven in de Tomorrow‘s Electronics-sessie de gelegenheid krijgen om uit te leggen welk potentieel zij zien in nano-elektronica. Zij maken geleidelijk plaats voor universitaire onderzoekers die daarna mogen vertellen welke beloften zij verder aan de horizon zien gloren.

Het conferentieboekje benadrukt tevens dat ’de presentaties steeds een niet-commercieel, objectiverend karakter hebben.‘ Dat komt niet erg uit de verf bij het praatje van productmanager Tom Reemer, die de eerste lezing voor zijn rekening neemt. Zijn werkgever Koning & Hartman zou eigenlijk een spreker van Intel regelen om de aftrap te doen, maar dat is spaak gelopen. Kan gebeuren, maar dat is nog geen excuus om betalende deelnemers op een gênant reclamepraatje over Windows XP Embedded te trakteren. Met Tomorrow‘s Electronics heeft dat onderwerp niet veel van doen.

Ronald Begeer van Point-One en Philips Research heeft ook niet veel inhoudelijks te melden. Hij ontvouwt nog eens de doelstelling van het subsidieprogramma: Nederland de uitstraling geven van Silicon Valley. De bestuurder staat natuurlijk voor eigen kerk te preken en realiseert zich dat ook. Bij aanvang van zijn presentatie vraagt hij hoeveel mensen in de zaal al van zijn organisatie gehoord hebben. Bij het overgrote deel van de dertig tot veertig aanwezigen is dat het geval.

Ook Rob Hartman van ASML zit in het dagelijks bestuur van Point-One, waarmee Groeneveld het bruggetje op een presenteerblaadje krijgt. Hij kan het niet laten om Hartman een klein speldenprikje te geven. ’Veel kleinere bedrijven vonden het maar oneerlijk dat de grote jongens altijd de subsidie in de wacht sleepten. De overheid geeft daar nu gehoor aan door de voorwaarde te stellen dat het MKB van de geldstroom mee kan profiteren‘, zegt de directeur. Maar Hartman laat zich niet van zijn stuk brengen. ’Het is waar dat ASML op overheidssteun heeft kunnen rekenen‘, geeft hij ruiterlijk toe. ’Maar we leggen er zelf ook een aardig bedragje bij.‘

Het begint pas echt leuk te worden als Bart Kienhuis zijn werk aan FPGA‘s ontvouwt. De assistent-professor aan het Leiden Institute of Advanced Computer Science (Liacs) legt uit dat de behoefte aan FPGA-rekenpower voor embedded applicaties scheef loopt met de huidige programmeermethoden. ’Voor elke CPU op een FPGA-chip moeten programmeurs hun eigen C-code schrijven. Die code moet bovendien naadloos aansluiten op de VHDL-beschrijving. Zonder tools is dat een debuggingnachtmerrie.‘ Kienhuis werkt daarom binnen het Compaan-project aan een tool chain om het programmeerwerk te vereenvoudigen. Zijn spin-off Compaan Design heeft een zakje geld gekregen van STW om de technologie uit te werken voor de industrie.

De bijdragen uit Delft en Eindhoven weten ook te prikkelen. Tijdens de voordrachten van Leo Kouwenhoven (Kavli Institute of Nanoscience) en Bert Koopmans (Physics of Nanostructures) is de heer op leeftijd duidelijk wakker en onder de indruk. ’Tjonge‘, mompelt hij regelmatig. Kouwenhoven van het Kavli Instituut droomt hardop over de mogelijkheden van kwantummechanische bits, de qubits. De hoogleraar weet dat de bouw van een echte kwantumcomputer nog heel moeilijk is, maar hij wijst erop dat er andere toepassingen zijn in bijvoorbeeld de cryptografie. Daarna spettert Koopmans van het podium met een lezing over spintronica. Aan de hand van de evolutie van de overbekende harde schijf vertelt hij dat het kiezen van elektronenspin als basis voor informatieopslag heel goed heeft uitgepakt en nog heel wat in petto heeft.

De uitsmijter is voor Hans Appel van Sun Microsystems en de Hanze Hogeschool Groningen. Dat is aan hem wel besteed. Je moet ervan houden, de visionaire verhalen over de technologie van morgen, maar Appel weet te boeien. Zijn bijna religieus fanatisme balanceert hij fijntjes met grappige zelfkritiek.

Kortom, op de Tomorrow‘s Electronics-sessie stelen de sprekers uit het onderwijs de show. Mannen van de wetenschap mogen er lustig op los fantaseren, want het is hun taak om ver vooruit te kijken. De sprekers uit het bedrijfsleven durven dat niet aan. Bovendien hebben ze ook niet veel concreets te melden. De organisatie had zich dat wel eens mogen realiseren.