Pieter Edelman
27 March 2015

Naarmate Rijkswaterstaat de ontwikkeling van apparatuur steeds meer aan de markt overlaat, heeft het steeds minder behoefte aan eigen ontwikkelfaciliteiten. Een testlocatie in Zuid-Holland om wegkantapparatuur in de praktijk uit te proberen, komt door een deal met Confed beschikbaar voor het bedrijfsleven.

Voor wie wel eens op de A12 tussen Woerden en Utrecht rijdt, is het een bekend verschijnsel: ter hoogte van het plaatsje Harmelen staan over de A12 twee uit de kluiten gewassen portalen die afgeladen zijn met camera’s, antennes en andersoortige apparatuur. De meeste automobilisten zullen echter niet weten waar ze voor dienen.

De laatste jaren is het aantal sensoren boven, langs en in de snelweg hand over hand toegenomen. Wegbeheerders vertrouwen meer en meer op de steeds beter geworden techniek om te bepalen hoeveel voertuigen er waar rijden, maar ook bijvoorbeeld of de vluchtstrook vrij is of om te monitoren hoe de weg belast wordt. En op basis van die informatie moeten weer allerhande wegkantsystemen actie ondernemen om de automobilist bij te sturen, bijvoorbeeld via informatie op de matrixborden.

Bij de ontwikkeling van dergelijke systemen zijn de praktijktests van groot belang. Worden daadwerkelijk alle voertuigen gedetecteerd? Doet het systeem het ook in dichte mist of bij ondergaande zon? Blijft het maanden achtereen betrouwbaar werken? De opstelling bij Harmelen moet helpen om die vragen te beantwoorden. Dit stuk snelweg heeft Rijkswaterstaat ingericht als testlocatie voor de ontwikkeling van nieuwe wegkantapparatuur.

Het afgelopen jaar is de testfaciliteit nieuw leven ingeblazen door een overeenkomst met Confed uit Nijkerk, dat altijd betrokken is geweest bij de techniek van de faciliteit. Sinds begin dit jaar heeft het bedrijf ook de coördinatie van de testlocatie op zich genomen. ‘Wij zijn min of meer huismeester geworden’, schetst Tonny van Hees, verantwoordelijk voor businessdevelopment bij Confed. ‘Rijkswaterstaat is eigenaar, maar marktpartijen kunnen bij ons aankloppen. Wij zorgen er dan voor dat er ruimte en tijd beschikbaar komen, in overleg zorgt Rijkswaterstaat ervoor dat de weg eventueel wordt afgezet en wij coördineren de installatie van de testapparatuur.’

Schuine knip

Die stap heeft alles te maken met de trend binnen de overheid om ontwikkeling van nieuwe technologie steeds meer aan de markt over te laten. ‘In het verleden waren we als Rijkswaterstaat heel intensief betrokken bij de ontwikkeling van systemen. We zijn nu wat meer op afstand gaan zitten; we beschrijven het nu meer functioneel en sturen minder op type en aard van die innovaties’, vertelt Harry Minnema, afdelingshoofd Functioneel Beheer Verkeersystemen bij Rijkswaterstaat.

Daardoor nam ook de behoefte aan eigen ontwikkelfaciliteiten af. Het testcentrum in Delft heeft Rijkswaterstaat bijvoorbeeld al afgestoten en evenzo dacht het eraan de faciliteit in Harmelen af te bouwen. Maar dat was eigenlijk niet ideaal, want juist bij marktpartijen nam de behoefte aan een goede testfaciliteit toe.

Dat merkte ook Confed, een bedrijf dat van huis uit gespecialiseerd is in ontwikkeling en assemblage van elektronische modules, met onder meer verkeer en vervoer als belangrijk marktsegment. Het afgelopen jaar breide het via de overname van een aantal medewerkers van het failliete Chess ET International uit met een ontwikkelafdeling, Confed Solutions.

‘We signaleerden ook een behoefte om betrokken te zijn bij de testsituatie en de certificering en validatie’, aldus Van Hees. ‘Een testlocatie langs een snelweg is dan wel een ideale mogelijkheid voor onze klanten. We werken al een vijftiental jaar samen met Rijkswaterstaat en we zijn nauw betrokken geweest bij het ontwikkelen van de testlocatie. Van daaruit is het gesprek begonnen met Rijkswaterstaat of we de locatie zouden kunnen gebruiken.’

Rijkswaterstaat voelde er tegelijk veel voor om de marktpartijen tegemoet te komen. ‘We vinden dat de markt zelf de ruimte moet pakken om met innovaties te komen, maar we willen wel graag faciliteren in het uitproberen van die innovaties die eventueel bij ons ingezet gaan worden’, legt Minnema uit. Maar het ‘exploiteren’ van een testfaciliteit behoort weer niet tot de kerntaken van de instantie.

Uiteindelijk kwamen de twee dingen samen met de vraag van Rijkswaterstaat of Confed de coördinatie op zich zou willen nemen. Daar had het bedrijf wel oren naar. Officieel is de overstap begin 2015 gemaakt. ‘Maar het is eigenlijk een schuine knip, want de transitie loopt eigenlijk al een tijdje’, zegt Van Hees.

Extra lussen

De twee portalen zijn het meest in het oog springende gedeelte van de testfaciliteit – de constructies zijn een stuk beter toegankelijk voor personeel dan de normale wegportalen, zodat het relatief makkelijk is om apparatuur op te hangen. Maar er is meer. Bij beide portalen staan installatiegebouwtjes met alle aansluitingen om experimentele apparatuur aan te brengen. En er liggen bijvoorbeeld extra lussen in het wegdek speciaal voor testdoeleinden. Ook is er een uitgebreide netwerkinfrastructuur met een glasvezelverbinding naar buiten toe, zodat de onbewerkte gegevens van alle sensoren naar het datacentrum van Rijkswaterstaat doorgestuurd kunnen worden. ‘Ook alle sensoren die normaal gebruikt worden, zijn er geïnstalleerd. Daardoor kan de nieuwe apparatuur vergeleken worden met de bestaande systemen. Dat maakt de locatie echt wel bijzonder’, stelt Minnema.

De volgende stap is om ook weer een impuls te geven aan het trainen van het personeel dat de wegkantapparatuur moet onderhouden. Voor deze doeleinden is de faciliteit oorspronkelijk opgericht, maar het testen nam eigenlijk al snel de overhand. Confed ziet echter kansen om dat nieuw leven in te blazen, voor zowel Rijkswaterstaat als derden.

Ook hopen beide partijen dat er opties ontstaan om samen te werken met het nieuwe innovatiecentrum van Rijkswaterstaat, dat volgende maand opengaat in Helmond. ‘Net als in Harmelen komt er een snelwegproeftraject waar marktpartijen realtime tests kunnen doen, maar die zullen meer gericht zijn op de software en nieuwe technologie. We zijn nu aan het kijken of er ook synergiemogelijkheden zijn met Harmelen, dat wat meer aan de traditionele kant zit’, aldus Van Hees.