Rene_Raaijmakers_20

René Raaijmakers is hoofdredacteur van Bits&Chips.

17 January 2006

Philips maakt zijn chipactiviteiten klaar voor een zelfstandig bestaan. De grote vraag is wat de stap voor Philips Research betekent. In de mogelijke scenario‘s tekenen twee extremen zich af. Net zoals bij de vorming van LG.Philips de displayresearch op het Natlab bleef, zo kan Research zijn werk voor Semiconductors blijven doen. Daarmee gaan honderdzestig chipdesigners en 120 procestechnologen, van wie zeventig bij Imec in Leuven, onder dezelfde vlag verder.

Maar stel dat de verzelfstandigde eenheid eind 2006 of volgend jaar tegen een partner aanloopt die geen behoefte heeft aan R&D. Wat als Semiconductors bijvoorbeeld in het bootje stapt met het Franse STMicroelectronics? Die partij staat niet bekend als research minded. Dit scenario wordt in Eindhoven met angst en beven besproken.

Immers, STMicro krijgt via Leti in Grenoble karrenvrachten research. Gratis, van de Franse staat. Waarom zou het dan – net zoals Philips Semiconductors nu – voor geavanceerde IC-technologie naar Imec in Leuven gaan? In Crolles profiteren Freescale, Philips Semiconductors en ST al van de honderden miljoenen euro‘s die de Franse regering daar in de R&D- en preproductiesite pompt. De eerste vraag die het Frans-Italiaanse chipbedrijf na een fusie zal stellen, is: waar hebben we Leuven en Eindhoven voor nodig?

Overigens is de samenwerking met Freescale en STMicroelectronics intussen zo intensief dat technologen het voor bijna onmogelijk houden om de organisaties te ontvlechten. Alles op het gebied van geavanceerde procestechnologie, designbibliotheken en karakterisering delen de R&D-partners intussen. Dat lostrekken en overplaatsen van Crolles naar pakweg Dresden lijkt een onmogelijke operatie.

Na de beursgang van LG.Philips was de overheveling van displayresearch naar onderzoek voor onderwerpen als medische signaalverwerking een elegante oplossing. Het is echter maar de vraag of IC-designers en procestechnologen bij Philips Research ook snel een nieuwe stek zullen vinden als een opvolger van Philips Semiconductors ze in de steek laat.

Tweede mogelijkheid is de overheveling van de researchgroepen naar Philips Semiconductors. Dat geeft het nieuwe bedrijf in ieder geval een solide kennisbasis. Medewerkers van Research en Semiconductors kennen elkaar door en door vanwege hun intensieve samenwerkingsverbanden. Dit scenario zal parallel lopen met de spin-out, want een latere afsplitsing van de chipresearch is juridisch veel moeilijker.

Het zal niet verwonderlijk zijn dat veel technici binnen Philips Semiconductors dit laatste nastreven. Zonder gedegen onderzoek en ontwikkeling bestaat de vrees dat de kennis en het concurrerend vermogen wegvalt. De grote vraag is echter of het hogere management deze vrees ook deelt.

Zelf juich ik de afsplitsing van Philips‘ halfgeleiderdivisie van harte toe – al is het wel graag met behoud van solide R&D. In journalistiek opzicht is zo‘n nieuwe speler een feest, want daarmee krijg ik veel meer inzicht in de financiën en strategie. Ik hoop wel dat de mensen die dit zware karwei gaan verrichten en de chipbusiness gaan losmaken, daar in de toekomst ook zelf van profiteren. Daarvoor moeten ze wel worden blootgesteld aan de harde buitenwereld. Dus weg met die beschermende Philips-paraplu. Wees wel scheutig met opties voor de jongens en meisjes op cruciale posities. Alleen dát brengt de spreekwoordelijke peper in de organisatie – iets wat ik nu bij velen vaak mis.

Het nieuwe chipbedrijf kan daarbij een voorbeeld nemen aan ASML, dat in de crisisjaren voor zijn beursgang veertig onmisbare personen aanwees om ze vervolgens te bedelven met opties als ze bleven – een van de beste beslissingen in de geschiedenis van dat bedrijf. Philips Semiconductors kan hier dan leren van ASML en een hoop gezeur voorkomen door op zoek te gaan naar de mensen binnen de organisatie die er écht toe doen – niet slechts de bovenste managementlagen.