Nieke Roos
6 December 2011

In het kader van het Vici-project BioEars heeft het Mesa+-instituut voor nanotechnologie een sensor ontwikkeld die ultragevoelig is voor luchtstromingen. Voor specifieke frequenties is het voelsprietje nog eens tien keer zo ontvankelijk te maken door de veerstijfheid elektronisch aan te passen. De onderzoekers van de groep Transducers Science and Technology lieten zich inspireren door de haartjes die een krekel op zijn achterlijf heeft. Ze presenteren hun vinding in Applied Physics Letters.

Met zijn cerci kan een krekel de afstand tot en richting van een belager feilloos inschatten. Naar dit voorbeeld hebben de Twentse onderzoekers een 0,9 millimeter lang haartje gemaakt van het polymeer SU8, dat onderdaan dikker is dan bovenaan. Opgehangen aan een flexibel microplaatje registreert het de kleinste bewegingen. De verandering in elektrische capaciteit die zij veroorzaken, geeft een maat voor de beweging.

De Twentse voelsprietjes zijn 0,9 millimeter lang, gemaakt van het polymeer SU8 en opgehangen aan een flexibel microplaatje.

De gevoeligheid is logischerwijs te vergroten door minder stijve haartjes te gebruiken. Mesa+-onderzoeker Harmen Droogendijk ontdekte echter dat het ook elektronisch kan. Met een specifieke wisselspanning is het veertje op het gewenste moment slap te krijgen en zo tien keer gevoeliger te maken voor de bijbehorende frequenties.

De elektronisch aanpasbare veerstijfheid maakt de voelsprietjes nog beter inzetbaar zonder dat ingrepen nodig zijn in het ontwerp. De Twentenaren denken onder meer aan gebruik als richtingssensoren voor robots. Op de langere termijn zouden de haartjes ook dienst kunnen doen in hoortoestellen. In al deze toepassingen zijn ze extra gevoelig te maken voor specifieke frequenties.