Alexander Pil
18 May 2010

Hij kent het klappen van de zweep in de halfgeleiderindustrie. Met Fillfactory boekte Luc De Mey een groot succes toen Cypress honderd miljoen dollar op tafel legde voor de Mechelse specialist in CMos-beeldsensoren. Het huwelijk met de Amerikanen liep echter uit op een grote teleurstelling. Zijn volgende project met IC-designer Asicahead liep in het zicht van de haven op de klippen. Bij het Antwerpse CMosis, een voortzetting van Fillfactory, is De Mey terug bij zijn oude liefde en heeft hij de wind weer in de zeilen.

In 2004 krijgt de technologiegemeenschap rondom Leuven een flinke oppepper. Na mislukkingen van telematicaspecialist Acunia, chipverpakker CS2 en IC-designer Loranet toont Fillfactory aan dat het nog altijd loont om te starten in een technologische nichemarkt. De Amerikaanse chipgigant Cypress heeft namelijk honderd miljoen dollar over voor het Mechelse bedrijf dat zich richt op CMos-beeldsensoren. ’Het was een euforisch moment‘, herinnert Luc De Mey zich. Als directeur van de Imec-spin-off was hij nauw betrokken bij de overname.

De Fillfactory-sensoren zijn onder de grote Cypress-paraplu bepaald geen succesnummer. Er is geen match met de Amerikaanse productieprocessen en de marketing verdrinkt tussen de rest van het assortiment. Teleurgesteld keren de meeste ex-designers van Fillfactory hun nieuwe werkgever de rug toe. Een jaar later proberen ze het opnieuw met CMosis. Ook De Mey sluit zich aan. Er is nog altijd een ruime markt voor op maat gemaakte CMos-beeldsensoren, getuige de groeiplannen. De Mey: ’We verwachten dit jaar een omzet te realiseren van zo‘n vijf miljoen euro. Voor volgend jaar zetten we in op ongeveer het dubbele. Er zijn absoluut voldoende klanten om dat te realiseren.‘

Droomdeal

De ontwikkeling van CMos-beeldsensoren start bij Imec in 1986. Vanaf 1998 maakt De Mey deel uit van de Leuvense R&D-groep. Parallel aan dit onderzoek doet het technologiecentrum ook research aan CCD‘s. ’Het CCD-proces is zeer specifiek; een CCD-fab maakt alleen CCD‘s. CMos is een veel gangbaarder proces voor onder meer processoren en geheugens‘, legt De Mey het verschil tussen de twee uit. Midden jaren negentig besluit Imec CCD‘s daarom links te laten liggen en zich uitsluitend te richten op CMos-beeldsensoren. Een paar jaar later heeft de divisie al een tiental klanten. Dat is echter niet de bedoeling van Imec, dat ’contractresearch‘ als kernwoord in zijn businessplan heeft staan. Het is tijd voor een spin-out.

Samen met tien collega-onderzoekers start De Mey Fillfactory. ’De financiering was heel, heel moeilijk‘, kijkt hij terug. ’Enkel internet ventures kon je toen funden. Maar micro-elektronica, zeker solid state zoals wij deden, dat was bijna onmogelijk. Het duurde anderhalf jaar voordat we eind 1999 voldoende geld hadden voor een spin-off. Het grote voordeel was dat we konden terugvallen op bijna vijftien jaar aan ontwikkelingen. Bovendien hadden we al echte klanten zoals Scitex, het huidige Leaf/Phase-One. Het probleem bij veel overheidsinstituten is dat ze een tak vaak uitspinnen, terwijl die eigenlijk nog in de incubatiefase zit. Dat is levensgevaarlijk. Je hebt dan nog geen marktkennis, nog geen marktervaring, dus je stelt een businessplan op dat absoluut niet reëel is. Veel spin-offs zijn hierdoor gefaald. Je hebt massa‘s geld nodig, terwijl je ook ineens geen infrastructuur meer hebt. Het MIT hecht er juist heel veel belang aan dat je de incubatiefase voorbij bent. Imec probeert dat nu ook beter te doen met een echte markttoets voor de spin-off.‘

Door deze sterke basis kent Fillfactory een vliegende start. In het eerste jaar haalt het Mechelse bedrijf gelijk een omzet van twee miljoen euro. In 2004 is dat al gegroeid naar 23 miljoen. Voor de investeerders is dan de tijd gekomen om te incasseren. De Amerikaanse chipgigant Cypress betaalt maar liefst honderd miljoen dollar voor Fillfactory. ’Het is nog altijd een van de mooiste deals die er in België is gesloten‘, zegt De Mey met gepaste trots. ’Alle medewerkers hebben er ook van geprofiteerd, want iedereen was aandeelhouder via opties en warranten. De nv Fillfactory is opgehouden te bestaan en we gingen samen met de kleine supportafdeling van Cypress in het Leuvense. Waarom heeft Cypress de acquisitie gedaan? Ze hadden al heel wat real estate in de mobiele telefoons zoals klokken en statische geheugens en wilden hun aandeel in die markt verhogen. Cypress zag in dat elk mobieltje sooner or later een camera zou bevatten en wilde daarom onze expertise erbij.‘

Hoewel de overname er op papier uitzag als een droomdeal, blijkt de praktijk weerbarstig. ’Cypress dacht dat het wel eventjes een proces in zijn eigen fab zou kunnen tunen om camerachips te maken, maar dat is niet gelukt. Uiteindelijk bleek dat het bedrijf het hele proces moest herzien. Dat was het grootste pijnpunt‘, aldus De Mey. ’Als je een kleine gevoelige chip wilt maken met lage ruis, dan heb je een viertransistorpixel nodig. Ten opzichte van de klassieke drietransistorpixel zit daar een begraven diode in. Dat is een flinke wijziging van het klassieke CMos–proces en Cypress heeft dat niet onder de knie gekregen. Een andere reden is dat ze de camerachips wilden gebruiken als vulling voor hun geheugenfabs. Die markt zat toentertijd in een dip, waardoor ze de fabs voor minder dan de helft in gebruik hadden. Toen de geheugenmarkt weer back on track was, was er geen plaats meer voor de CMos-beeldsensoren.‘

De Mey weet nog een derde reden waarom de Fillfactory-sensoren niet uit de verf kwamen. ’We werden geïntegreerd in een grote logge organisatie. Plots was Fillfactory geen onafhankelijk bedrijf meer maar een researchafdelinkje dat rapporteerde aan een VP in de States. Ook onze verkoop werd geïntegreerd in het wereldwijde netwerk van Cypress. Het werd allemaal diffuus, de klanten zagen ons niet meer. Ons businessmodel was gebaseerd op een een-op-eenrelatie met onze klanten. Alle ontwerpers van een chip kennen de klant persoonlijk. Dat verdween onder Cypress totaal. De klant in Japan zag een lokale rep – soms zelfs een lokale distributeur die niet op de loonlijst van Cypress stond. De communicatie loopt dan via de VS naar Mechelen. Dat functioneerde gewoon niet. De flexibiliteit en slagkracht waren verdwenen. Het is een triest verhaal.‘

Een jaar later hielden bijna alle oprichters van Fillfactory het voor gezien en stapten ze en masse op bij Cypress. De Mey: ’De Cypress-vestiging in België bestaat nog steeds en telt een zeventigtal medewerkers. Toen Fillfactory werd overgenomen, bedroeg de omzet 23 miljoen. In 2008 was dat gedaald tot 13,5 miljoen euro. Ze teren eigenlijk nog op de producten die wij destijds hebben ontwikkeld. Ons businessmodel was dat we één specifiek product ontwikkelden voor één speciale klant. Producten dus die je nergens in een catalogus kunt vinden. Daarom was de band met onze klanten ook zo sterk. Cypress heeft het daar moeilijk mee.‘

Handdoek

Een illusie armer vertrok ook De Mey bij Cypress. Door een concurrentiebeding van drie jaar kon hij niet direct een nieuw bedrijf starten in CMos-beeldsensoren. De Mey deed een aantal kleine opdrachten als consultant en zat ook in het investeringscomité van Capital-E. Die geldschieter was een van de vroege investeerders in de Leuvense chipontwikkelaar Asicahead. ’Toen het daar slecht liep, is mij gevraagd om het bedrijf te leiden. Asicahead was opgericht door twee briljante mensen: Joan Ceuterick en Frank Op ‘t Eynde. Hun idee was om een goedkoop Asic-designcentrum te openen in Roemenië. Ze wilden algemene Asics maken. Voor iedereen, zonder focus. Van daaruit ontstond het idee om ook zelf een chip te ontwikkelen. Omdat Frank enorm veel ervaring had in RF-design, viel de keus op een RF-chip voor de Wimax-markt. Asicahead had de eerste versie van de chip ontwikkeld en die werkte ook behoorlijk. Helaas heeft Frank toen besloten te vertrekken.‘

Met het vertrek van Op ‘t Eynde beschikte Asicahead niet meer over voldoende technische kennis. Ook zijn opvolger, technologieveteraan Corné van Puijenbroek, kon het tij niet meer keren. De Mey: ’Corné heeft het fantastisch gedaan, maar wat designers betreft, hadden we absoluut niet genoeg ervaring. Ik heb een nieuw businessplan geschreven waarmee de bestaande investeerders zich in principe akkoord verklaarden. Alles was klaar om getekend te worden, maar vlak voor kerst trok een van de belangrijke aandeelhouders zich terug. Hij geloofde er niet meer in; hij dacht dat we te laat in de markt zouden zijn. Het was toen een ontluikende technologie, maar de markt is er nu nog altijd niet. LTE gaat er waarschijnlijk eerder zijn. Alleen het Franse Sequans is ermee blijven doorgaan, maar ook zij hebben inmiddels al zijpaden bewandeld. Het is heel spijtig, we waren er bijna. We hadden een fantastische oplossing voor vaste Wimax-opstellingen. Als we het geld hadden gehad, dan hadden we de chip af kunnen werken. Absoluut.‘

Asicahead moest echter de handdoek in de ring gooien. ’Het was zaak om de boel ordentelijk te sluiten. De assets hebben we verkocht aan Ansem. Daar hadden ze eerst de bedoeling om het designcentrum in Boekarest verder te zetten. Ze hebben dan later de mensen van Roemenië naar Leuven gehaald. Om de een of andere reden kregen ze na een half jaar hun ontslag, terwijl er zeer goeie mensen bij zaten.‘

Groeipijn

De rest van de voormalige Fillfactory-ploeg had een non-compete van slechts een jaar overgehouden aan de Cypress-affaire. Ze keerden alweer snel terug van hun tijdelijke jobs om een nieuwe poging te wagen in CMos-beeldsensoren. CMosis (CMos Image Sensors) zag eind 2007 het levenslicht. De Antwerpse ’starter‘ gaat door waar Fillfactory was opgehouden: maatwerk in CMos-beeldsensoren. ’We bouwen geen camera‘s, alleen beeldsensoren‘, benadrukt De Mey, die sinds vorig jaar als CEO weer terug is op het oude nest. ’We hebben vooral klanten in de professionele markt: industriële en medische toepassingen, machinevisie, ruimtevaart, wetenschappelijke applicaties. In een vroeg stadium hebben we al besloten om niet te mikken op mobieltjesfabrikanten. Daar heb je te maken met een economy of scale die we nooit zouden kunnen beheersen. We kiezen bewust voor een tragere groei. Alhoewel, we zijn met Fillfactory in vier jaar tijd gegroeid van een miljoen naar 23 miljoen euro. Zo traag is dat nou ook weer niet.‘

CMosis werkt met kleinere aantallen. ’We hebben een aantal standaard producten die in de tienduizend of twintigduizend per jaar verkopen, meer niet. Klantspecifieke producten halen die aantallen nooit. Je praat dan over producten die meestal tien jaar op de markt blijven alvorens ze worden vervangen. Beeldsensoren die we in 2000 op de markt hebben gebracht, zijn er nog altijd. Het is dus een langzamere groei, maar met een sterke basis.‘

Over aandacht heeft CMosis niet te klagen. De Mey heeft het zelfs over groeipijnen. ’We krijgen te veel opdrachten binnen. Daardoor moeten we klanten vragen even te wachten. We werken nu met designslots van een paar maanden. Er is net weer een periode begonnen waarin we aan vijf parallelle projecten werken. Pas op zijn vroegst bij het volgende slot kunnen we nieuwe aanvragen oppakken. Onze klanten accepteren dat omdat we vanaf het begin duidelijk zijn over de situatie.‘

Het Antwerpse bedrijf heeft geen last van de economische teruggang; het profiteert er zelfs van. De Mey: ’Het is fantastisch voor ons. De economische crisis is op twee manieren voordelig. Ten eerste kunnen we heel wat goede mensen vinden. Ingenieurs met mooie studies uit heel Europa. Zo zit een deel van het Roemeense Asicahead-ontwerpteam nu bij ons. Ten tweede kunnen we mooie deals sluiten met bijvoorbeeld apparatenleveranciers. Zo hebben we onlangs een nieuwe prober aangekocht voor ongeveer de helft van de prijs. Normaal kost zo‘n ding 250 duizend euro, dus daar besparen we flink op.‘

Overnames

De Mey breekt een lans voor een Vlaamse samenwerking in beeldsensoren. ’Vanuit Imec is op fotonicagebied al heel veel gebeurd. In het zichtbare en in het onzichtbare infrarood. Ons idee is om dat te gaan combineren met de industriële bedrijven in Vlaanderen. Het wil nog niet zo vlotten, maar ik denk wel dat het zal gaan gebeuren‘, zegt hij met een ondeugende glimlach. ’Iedereen bouwt zijn eigen cleanroom, iedereen werkt met dezelfde testsystemen, iedereen heeft dezelfde labo‘s. Dat kan zo niet verder; we moeten daar een oplossing voor vinden. Ik denk dat we eerst een samenwerkingsverband moeten hebben alvorens we daar één bedrijf van kunnen maken. Of een holdingstructuur met een aantal onafhankelijke bedrijven daaronder, zodat het op de een of andere manier wordt gecoördineerd, zeker op het gebied van faciliteiten. We ontwikkelen dikwijls dezelfde dingen. We zouden het beter kunnen, moesten we samenwerken.‘

De CMosis-directeur wil die kar wel trekken. De Mey heeft ook al een paar mogelijke Vlaamse partners op het oog. ’We denken vooral aan Xenics en Caeleste. En natuurlijk aan de Belgische Cypress-tak. Er is wel interesse – vooral op het gebied van ruimtevaart – maar een roadmap is er nog zeker niet.‘

Sterker nog, De Mey verwacht de concurrentiekracht van CMosis eerder te vergroten via overnames. ’Het geld dat we in augustus hebben opgehaald, staat nog op de bank. We runnen dicht bij break-even, hebben ook niet meer geld nodig. Tenzij er iets moest gebeuren zoals een of twee enorme klanten voor wie je meer werkkapitaal moet hebben. Gecombineerd met onze relatie met ING Private Equity hebben we dus wel wat investeringsruimte. We hebben een aantal partijen op het oog, vooral wat betreft intelligente chips.‘

’We krijgen meer en meer de vraag of we intelligentie on-chip kunnen inbouwen. Het wordt namelijk steeds lastiger om de data off-chip te krijgen, dus ben je gedwongen om een aantal verwerkingen al gelijk te doen. Daar lopen we tegen tegenstrijdige ontwikkelingen aan. Op dit moment kun je digitale chips processen in 65, 45 en zelfs 32 nanometer. Met onze beeldsensoren zitten we vandaag aan 180 nanometer en dat is vrij inefficiënt voor digitale logica. We doen het enkel waar het strikt noodzakelijk is. We hebben al een paar ideeën hoe we hiermee verder moeten, maar zijn nog wel op zoek naar een paar goede digitale designers.‘