Paul van Gerven
16 December 2009

De Nederlandse hightech kreeg als enige sector een financiële injectie toen de kredietcrisis was overgeslagen naar de reële economie. Is die hulp ter waarde van honderd miljoen euro gerechtvaardigd?

In reactie op de mondiale recessie kondigde minister Van der Hoeven een pakket maatregelen af om Nederlandse bedrijven met een grote R&D-afdeling te ondersteunen. Er kwam een verruiming van de WBSO om de loonkosten van R&D-werknemers te drukken, een kenniswerkersregeling (KWR) om werknemers gesubsidieerd te detacheren bij een kennisinstelling en een regeling voor elektrische voertuigtechnologie. Ook de Hightech Topprojecten (HTTP) werden in het leven geroepen. Honderd miljoen euro kreeg de hightechsector om grote projecten op te tuigen in het kader van Point-One en HTas.

Laten we eens kijken wie er in de prijzen zijn gevallen. We hebben een chipmachinemaker die met meer dan een miljard euro op de bank bepaald niet armlastig is. De EUV-machine die de overheid via de HTTP cofinanciert, is dermate belangrijk voor het voortbestaan van het bedrijf dat het onderzoek hoe dan ook wel was doorgezet. We hebben ook een chipfabrikant die onder druk van zijn schuldenlast al ruim een jaar de ene sanering na de andere doorvoert. Daarmee laat dit bedrijf deels met subsidie opgebouwde kennis verloren gaan en toont het bepaald geen groot commitment aan de Nederlandse kenniseconomie. Neerlands grootste elektronicaconcern valt te verwijten dat het aan die schuldconstructie heeft meegewerkt, gretig als het was om zijn oorlogskas te spekken. Dan hebben we nog een printerbouwer die de subsidie in Japanse zakken laat verdwijnen en een elektronenbundelspecialist die het geld misschien wel helemaal laat verdampen, want of die ooit de markt gaat halen, is nog onduidelijk.

Tot zover de simplistische voorstelling van de werkelijkheid. Desalniettemin is de vraag die zij oproept legitiem. Het zijn ontegenzeggelijk zware tijden, maar dat zijn het voor iedereen. Is het werkelijk in het belang van de belastingbetaler om de subsidiekraan nog verder open te draaien voor ASML, Mapper, NXP, Océ en Philips?

Peanuts

EZ beargumenteert haar bevestigende antwoord hierop door te wijzen op verdwijnende kennis. In tijden van kelderende omzetten staan R&D-activiteiten al snel onder druk, aangezien ze pas op de lange termijn renderen. Als daarbij ontslagen vallen, stromen er kennis en kunde uit het bedrijf die slechts moeizaam en tegen hoge kosten weer op te bouwen zijn – als die überhaupt weer opgebouwd worden. In antwoord op schriftelijke vragen van Bits&Chips zegt EZ vele voorbeelden uit de praktijk te kennen waarbij deze problematiek speelde, overigens zonder deze te specificeren. Om geen gat te laten vallen, vindt het ministerie het daarom belangrijk de Nederlandse R&D-machines draaiende te houden in tijden van recessie. Het buitenland ligt immers op de loer.

Krijgt die buitenlandse concurrentie trouwens ook niet een steuntje in de rug van haar landsbesturen? Jazeker, al loopt Nederland daarin niet uit de pas (zie tabel). Wel staat Nederland al enkele jaren op achterstand als het aankomt op R&D-investeringen als percentage van het bbp. Vooral door achterblijvende private investeringen is Nederland niet meer dan een middenmoter.

Over de grens zijn er ook maatregelen waarvan de buitenlandse hightechindustrie direct kan profiteren. De Duitse overheid heeft als crisismaatregel een fonds voor bedrijfskredieten van veertig miljard euro in het leven geroepen. Ondernemingen in de regio Dresden, de Brainport van Duitsland, schijnen daar zeer geïnteresseerd in te zijn. En al werd het woord crisis niet genoemd, de Franse overheid stak begin dit jaar 457 miljoen euro in Crolles. De EU had er geen enkel bezwaar tegen. Sterker nog, ze betitelde de ondersteuning van het ecosysteem in Grenoble als ’volledig in lijn met de Europese onderzoeksdoelstellingen‘. Wie is de Nederlandse regering dan als goed Europeaan om die wél te negeren?

Opvallend is wel dat uitsluitend de hightech een speciale injectie kreeg, boven op de meer algemene crisismaatregelen. Nederland kent bijvoorbeeld ook een sterke chemische sector, die weliswaar meeprofiteert van de KWR en WBSO-verruiming, maar verder zijn eigen broek moet ophouden zonder honderd miljoen subsidie. Het essentiële verschil is dat de chemie niet te kampen had met dramatische omzetkelderingen. Behalve de hightech hoefde geen enkele andere sector met een sterke R&D begin dit jaar omzetdalingen te slikken van tientallen procenten. De chemie zelf heeft er ook niet om gevraagd, al is het misschien geen gunstig teken als hightech Nederland zijn weg naar Den Haag al zo makkelijk weet te vinden.

In tijden waarin de kenniseconomie de toekomst heet te zijn, valt er daarom veel voor te zeggen om een recessie de toch al onder druk staande private R&D niet volledig kreupel te laten slaan. Om de Nederlandse concurrentiepositie veilig te stellen, is een eenmalig steuntje in de rug gerechtvaardigd, met alle risico‘s voor subsidieverslaving van dien. Tegelijk mag het de aandacht niet afleiden van de noodzaak voor meer structurele investeringen.

En al die nare dingen over de ’gelukkigen‘ in het begin van het stukje dan? Ach, peanuts vergeleken bij wat je allemaal over banken kunt opdissen. In ieder geval spreiden ASML, Mapper, NXP, Océ en Philips nog een veelvoud van de HTTP-subsidie over het hightech-ecosysteem uit.

Extra investeringen in onderwijs, onderzoek en innovatie als percentage van het bbp
Land Rang R&D-Investeringen 2007 (% bbp) Extra investeringen 2009 (% bbp)
VS 2 2,67 0,69
Zweden 4 3,60 0,31
Finland 6 3,47 0,03
Duitsland 7 2,54 0,70
Nederland 10 1,70 0,17
Noorwegen 14 1,64 0,02
Frankrijk 16 2,08 0,04