FME: Nederlandse export te afhankelijk van EU

Alexander Pil
Leestijd: 2 minuten

Voor de technologische industrie is de wereld de markt. De afgelopen jaren vielen de binnenlandse bestedingen, investeringen en overheidsuitgaven tegen. De export hield de Nederlandse economie op de been. Vooral de binnenlands geproduceerde export liet een mooie groei zien. Dat blijkt uit het FME-onderzoek Internationaal Ondernemen 2015. Om concurrerend te blijven, is investeren in innovatie en marktuitbreiding noodzaak, aldus FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink.

‘De Nederlandse industrie is nog erg afhankelijk van de Europese markt waar de groei relatief laag is’, aldus Dezentjé. ‘Het is belangrijk dat het exportaandeel naar landen buiten de EU toeneemt. Dat vraagt een concurrerende economie, een economie waarin smart industry een belangrijk rol speelt. Andere landen zitten niet stil en investeren volop in de digitalisering van productieprocessen. Ons land moet niet meegaan met innovatie. Nee, wij moeten wereldwijd voorop willen lopen in innovatie.’

Dezentjé gaat verder: ‘De overheid is een belangrijke aanjager van innovatie en moet daarvoor voldoende budget beschikbaar stellen. Een belangrijk onderdeel hiervan is de financiering van de digitalisering van productie. De overheid moet samen met kennisinstellingen en ondernemers werk maken van de toekomstige verdienkracht van ons land. Maar ook moet de overheid bijdragen aan het wegnemen van handelsbarrières en knelpunten zoals invoerbelemmeringen en exportfinanciering. Alleen dan blijven we exportkampioen.’

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one and enjoy all the benefits.

Login