Eindhoven Engine draait om colocatie

Alexander Pil
Leestijd: 5 minuten

Na twee jaar van voorbereiding schiet Eindhoven Engine maandag uit de startblokken. Het initiatief moet innovatie in de Brainport – en daarbuiten – een boost geven. Cruciaal daarbij is dat ingenieurs uit de industrie en wetenschappelijke researchers schouder aan schouder aan baanbrekende ontwikkelprojecten werken.

Vandaag is de officiële aftrap van Eindhoven Engine. Het initiatief van Fontys, TNO en de TU Eindhoven heeft als doel om researchprojecten te versnellen, door een plek te bieden waar wetenschappelijke onderzoekers en studenten samen met industriële engineers grensoverschrijdend en disruptief kunnen innoveren. De eerste projecten zijn al van start gegaan, onder meer rondom slimme mobiliteit, nieuwe waferstages, detectie- en behandelingstechnieken voor hart- en vaatziektes, en slimme steden.

Drijvende kracht achter Eindhoven Engine is TUE-hoogleraar Maarten Steinbuch, die zegt te zijn geïnspireerd door drie ervaringen uit zijn carrière. ‘In de jaren negentig werkte ik op het Natlab. Ik zag daar dat er tussen de verschillende disciplines geen grenzen bestonden. We spraken elkaar bij de koffie en we deelden onze vorderingen en ideeën tijdens de befaamde donderdagochtendmeetings. Sinds Philips Research dramatisch is verkleind, heeft er een verzuiling plaatsgevonden omdat veel activiteiten van het vroegere Philips inmiddels in aparte bedrijven zijn ondergebracht. Hierdoor is er slechts beperkte inhoudelijke interactie; wellicht alleen als ze toevallig in een consortium samenkomen. Smart mobility praat niet met hightech machinebouw, praat niet met healthcare, praat niet met smart homes.’ Een Natlab 2.0, dat is een van de basisgedachtes achter Eindhoven Engine.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one and enjoy all the benefits.

Login