Paul van Gerven
26 April 2013

Het lot van de ooit grootste PV-fabrikant Suntech is nog onzeker, maar dat van het Chinese PV-beleid niet: dat is failliet.

Suntech werd wel on-Chinees genoemd. Waar veel Chinese maakbedrijven zich star en weinig creatief opstellen, had de ooit grootste PV-fabrikant ter wereld innovatie hoog in het vaandel. Suntech was ook een van de weinige Chinese ondernemingen die een fabriek opende in de Verenigde Staten en zich daar aan de beurs liet noteren. De oprichter en eigenaar, de Chinese Australiër Shi Zhengrong, werd geroemd als pionier.

Na een lange aanloop vorig jaar lijkt Suntech nu echter af te stevenen op een faillissement. Het bedrijf was half maart niet in staat om op tijd een lening van een half miljard euro terug te betalen. Kort daarop dwongen Chinese banken surseance van betaling af bij een dochteronderneming, een van de belangrijkste productietakken gevestigd in Wuxi. Sindsdien heeft ook het Europese onderdeel bij de rechter in Zwitserland uitstel van betaling aangevraagd.

Bloomberg New Energy Finance ziet juist in de voortrekkersrol de oorzaak van Suntechs val. Volgens analist Jenny Chase ontwikkelt solartechnologie zich zo snel dat de inboedel van een fabriek binnen vijf jaar verouderd is. Pioniers worden daarom afgestraft. Nieuwkomers zaten bovendien niet vast aan de tijdelijk hoge siliciumprijzen van 2008, toen veel spelers langetermijncontracten afsloten met hun leveranciers.

In een krappe markt zouden dit soort zaken niet noodzakelijkerwijs tot problemen hoeven leiden, maar de markt is al jaren het tegenovergestelde van krap en verbetering lijkt nog niet in zicht. Tegen een productiecapaciteit van 60 gigawatt staat dit jaar een vraag van 37 gigawatt. Hoewel al menig PV-fabrikant (zoals Q-Cells) en -toeleverancier (Bosch) de handdoek in de ring heeft gegooid, is er duidelijk nog onvoldoende consolidatie opgetreden om vraag en aanbod in balans te brengen. De vraag is of het geval Suntech aantoont dat de internationale overlevingsstrijd in de laatste fase is beland.

Versnelling

China zette een dikke vijf jaar geleden zijn zinnen op zonne-energie. Het vond zowel de productie aantrekkelijk, vanwege de interessante economische langetermijnperspectieven, als het gebruik ervan om de energieafhankelijkheid van andere landen te reduceren. Volgens de New York Times hebben Chinese staatsbanken met achttien miljard dollar aan leningen een vertienvoudiging van de productiecapaciteit gefinancierd van 2008 tot 2012. De prijzen van de panelen daalden daardoor 75 procent in deze periode en Chinese bedrijven verloren tot wel een dollar op elke drie dollar omzet.

Hoewel de mist nog niet is opgetrokken, lijkt de val van Suntech echter aan te tonen dat het geduld en de vastberadenheid van de Chinese overheid niet oneindig zijn. Hoewel de productiedochter in Wuxi nu door de lokale overheid overeind wordt gehouden, is het een teken aan de wand dat de centrale overheid heeft toegelaten dat de huidige toestand is ontstaan. De geldkraan gaat dicht en het controversiële duurzame-energiebeleid van China – dat importtarieven uitlokte in de VS en mogelijk ook in Europa – is failliet.

De impact daarvan is vanzelfsprekend veel groter dan een eventueel faillissement van Suntech. De kans is reëel dat meer Chinese PV-fabrikanten in het stof moeten bijten de komende tijd, daarmee de weg vrijmakend voor normalisering van de markt. Dat is goed nieuws voor de overgebleven PV-producenten buiten China en zeker ook hun toeleveranciers, die de technologische innovatie in de sector een versnelling zullen zien opschakelen.