Egbert Jan_Sol_09

Egbert-Jan Sol is directeur Kennis van TNO Industrie & Techniek.

24 November 2005

De hele wereld om ons heen wordt slimmer en slimmer. Er komt steeds meer embedded intelligentie in allerlei systemen. Het begon met de computer zelf. Toen kwam er slimheid in telefooncentrales, robots, gereedschapmachines, auto‘s en huiskamerelektronica. Uiteindelijk komt overal embedded intelligentie in te zitten. Wat betekent dat voor een ieder van ons? Ik voorspel dat er over vijftien jaar tweehonderd intelligente dingen om ons heen zijn verstopt.

Ray Kurzweil gaat nog verder. Hij denkt dat we rond 2030 in staat zijn om van een paar kilogram materiaal een intelligent ding te bouwen dat slimmer is dan een mens. Erger nog, Kurzweil constateert dat het vermogen van de mens nauwelijks groeit, maar dat de intelligentie van dingen exponentieel toeneemt. Rond 2040 is het slimme ding zelfs slimmer dan alle mensen samen. Kurzweil stelt dat de combinatie van de oorspronkelijk Emens met die rekenkracht een ’human body version 2.0‘ wordt (New Scientist, 24 september 2005).

Multinationals, herinneren we ons die nog? Ze bestaan al niet meer. De Europese eenwording voor een grote interne markt? Vergeet het maar. Dat was allemaal gisteren. De gemiddelde burger heeft geen idee wat hem overkomt en stemt tegen een Europese grondwet. Of hij vindt dat met de komst van de euro alles duurder is geworden. Anno 2005 gaat het om een veel sterkere wereldwijde competitie dan wij ooit hadden gedacht. De opkomst van China, India, Brazilië, globale financiële stromen, het wegvallen van handelsbarrières en snellere digitale communicatie. De wereld om ons heen verandert snel en met forse gevolgen.

Een goed voorbeeld is het salaris van bèta‘s in vergelijking met andere afgestudeerden. Zouden wij een kunstmatige schaarste in technische vakken creëren, dan stijgen de salarissen fors, maar verplaatsen bedrijven hun R&D eenvoudig naar China of India. Sinds 1996 is het salaris van een bèta met 5 procent afgenomen ten opzichte van alle andere studies. Verdiende een universitaire bèta in 1979 evenveel als een econoom. In 2002 verdiende de econoom al 12 procent meer. Had ik in 1979 in economie, medicijnen of recht moeten afstuderen, in plaats van in werktuigbouwkunde?

Waarschijnlijk werk ik in de techniek omdat dat ik graag problemen oplos. En die zijn er volop. Wat gaan we met alle embedded intelligentie doen? Hoe voorkomen we dat het fout gaat? Hoe zorgen we dat alles betrouwbaar werkt? En straks, als de intelligentie van Kurzweil er echt aankomt, zitten embedded systemen ineens in en overal rondom ons. Embedded-specialisten, biochemici en nanofysici zijn de enigen die weten hoe het allemaal functioneert. Juist aan dat soort deskundigen hebben we dan een groot tekort, enerzijds door de vergrijzing en anderzijds doordat er vanwege de lage lonen steeds minder mensen techniek gaan studeren. Veel ingebedde slimheid en weinig experts, dat is pas echte schaarste. Een beetje kort door de bocht, maar toch.

’Sense en simplicity‘ zal een echt onderwerp zijn, niet slechts een marketingslogan. De juristen zullen wel werk creëren en grote bedrijven aanklagen voor de te complexe producten die niet functioneren. Maar als technicus werk je dan niet meer voor een groot bedrijf dat deze producten maakt. Je werkt in je eigen onderneming als dienstverlener die mensen helpt met het zinvol gebruik van de intelligentie uit hun omgeving. Zorg voor aantrekkelijke banen met toekomst, dan gaan er meer mensen de bètarichting op.