Achtergrond

Universitair lab slaat aan het ondernemen

Paul van Gerven
Leestijd: 6 minuten

Samenwerking met het bedrijfsleven en valorisatie liggen voor op de tong in bestuurlijke kringen, maar geen enkele universiteit gaat zo ver als de TU Delft met het voormalige Dimes, dat recentelijk is omgedoopt tot Else Kooi Lab. Het overleven van het microfabricaglab hangt af van de inkomsten die het zelf genereert.

Geconfronteerd met krimpende geldstromen van de overheid kondigde het college van bestuur van de TU Delft in 2010 een verstrekkend besluit aan. Micro-elektronica-instituut Dimes moest zijn faciliteiten zelf gaan bekostigen: vanaf 2011 zou de vier miljoen euro basisfinanciering vanuit de universiteit in vijf jaar tijd worden afgebouwd naar nul. Voortaan moesten hoogleraren ‘zelf’ hun cleanroom bekostigen. Dat wil zeggen: met geld uit gehonoreerde onderzoeksvoorstellen. Daarnaast zou het instituut kunnen ‘bijverdienen’ door met en voor bedrijven te werken, iets wat het overigens op beperkte schaal al deed.

Het besluit kreeg bepaald geen warm onthaal bij Dimes. Onderzoekers voelden zich in de steek gelaten door het college van bestuur en zetten de hakken in het zand. Velen hadden het idee dat het cvb willens en weten het doodvonnis van het instituut had getekend. Hoe zou een onderzoeksinstituut immers ooit kunnen overleven zonder enige basisfinanciering?

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one and enjoy all the benefits.

Login

Related content