Twentse elektronische alvleesklier getest in diabetici

Reading time: 2 minutes

Author:

Inreda Diabetic uit Goor is samen met het AMC begonnen met het uittesten van een prototype ’kunstmatige alvleesklier‘ bij zestien diabetespatiënten in een thuissituatie. Het apparaat meet om de paar seconde de glucoseconcentratie en regelt die niet alleen met het hormoon insuline bij, maar ook met zijn tegenhanger glucagon. De test moet binnen enkele jaren leiden tot een commerciële variant op zakformaat.

De kunstmatige alvleesklier komt uit de koker van Robin Koops, die een aantal jaar geleden Inreda oprichtte om het concept uit te werken. ’Ik ben ooit begonnen met een paar kameraden, die prototypes heb ik op mezelf getest‘, vertelt Koops, zelf een diabetespatiënt. Toen dat bleek te werken, werd de samenwerking met het AMC opgezocht. Daar werd de technologie eerst in het ziekenhuis getest en later in hotels onder toezicht van medisch en technisch personeel. Ondertussen zijn er ook al bij vier van de zestien thuispatiënten proeven uitgevoerd.

De kunstmatige alvleesklier moet een aantal problemen oplossen waar diabetespatiënten vandaag de dag mee kampen. Hun aandoening wordt onder controle gehouden door enkele keren per dag insuline in te spuiten, dat het lichaam aanzet om glucose uit het bloed op te nemen. Deze aanpak is echter vrij grofmazig en activiteiten zoals sporten moeten ingecalculeerd worden. Bovendien kunnen er grote verschillen zijn tussen patiënten in de benodigde dosis.

Een apparaat dat – net als de biologische alvleesklier – realtime bijstuurt met twee tegenwerkende hormonen moet een stabieler resultaat opleveren waarbij de patiënt niet constant rekening hoeft te houden met zijn aandoening. ’Onze technologie stuurt bij op basis van de tendensen in de glucosespiegel‘, legt Koops uit. ’Het is een zelflerend systeem dat de gevoeligheidscurve van de patiënt constant bijstelt op basis van de resultaten de afgelopen 24 uur.‘

Op het moment is het apparaat nog een pc-gebaseerd prototype met drie naalden het lichaam in: twee voor de hormoonpompen en een voor de sensor. ’Dat is een bestaande sensor die gebruikt wordt om de patiënt te helpen met het bepalen van de dosis. Maar wij hebben onze eigen elektronica en software ontwikkeld om de nauwkeurigheid te verhogen‘, vertelt Koops. De uiteindelijke variant zal echter een nieuw type sensor gebruiken die samen met TNO ontwikkeld wordt. ’De commerciële sensor is vrij duur, rond de honderd euro, en je kan hem maar een aantal dagen gebruiken. Bovendien duurt het enkele uren om hem in te regelen. De nieuwe sensor zal die nadelen niet hebben.‘ Over de werking wil Koops vanwege concurrentieoverwegingen geen uitspraken doen.

Ook moet de elektronica verkleind worden naar smartphoneformaat, en moeten de twee aanvoerlijnen en sensor in een enkele kunststof naald geïntegreerd worden. Die kan, net als bij de huidige glucosesensoren, enkele dagen achtereen blijven zitten.