Sron in 2021 van Utrecht naar Leiden

Reading time: 2 minutes

Author:

In 2021 verhuist ruimteonderzoeksinstituut Sron van Utrecht naar de Science Campus van de Universiteit Leiden. De verplaatsing gaat gepaard met een bredere krachtenbundeling, waarbij ook de TU Delft en andere kennispartners zijn betrokken. Met een handtekening onder de samenwerkingsovereenkomst hebben Sron, moederorganisatie NWO en de Leidse en Delftse universiteit de al eerder aangekondigde verhuizing bekrachtigd. Daarnaast hebben de provincie Zuid-Holland, de gemeenten Delft, Den Haag, Leiden en Noordwijk, TNO, Esa-Estec, Netherlands Space Office, Innovationquarter en de regionale ruimtevaartindustrie er hun steun voor uitgesproken.

In 2021 strijkt Sron neer op de Leidse Science Campus.

Het bredere samenwerkingsverband is gericht op de belangrijkste onderzoeksprogramma’s binnen Sron: astrofysica, exoplaneetonderzoek, aardgericht onderzoek en technologieontwikkeling. De universiteiten in Leiden en Delft willen ruimte vrij maken voor extra researchers op deze thema’s. ‘Met onze gezamenlijke expertise komen we sneller tot ontdekkingen over bijvoorbeeld de oorsprong en evolutie van het heelal, de toekomst van het klimaat, en verbeteren we de geavanceerde technologie die daarvoor nodig is’, aldus Sron-directeur Rens Waters.

Daarnaast schept de verhuizing nieuwe kansen voor de economie en het kennisklimaat van Zuid-Holland. Tim van der Hagen, rector magnificus van de TU Delft: ‘Zuid-Holland heeft een stevig ruimtevaartcluster met de universiteiten van Leiden en Delft, Esa’s onderzoekscentrum Estec in Noordwijk, TNO Space en heel veel hightechbedrijven. De komst van Sron is een zeer waardevolle extra impuls voor het ruimteonderzoek en de technologieontwikkeling in de regio.’

Vicerector Hester Bijl van de Universiteit Leiden sluit zich daarbij aan. ‘De vestiging van Sron op de Leidse Science Campus zal ons onderzoek en onderwijs, en dat van Delft, zeer ten goede komen. Studenten en promovendi uit Leiden en Delft kunnen het werk van Sron versterken, en krijgen op hun beurt toegang tot topfaciliteiten, hoogstaand instrumentarium en grote onderzoeksprojecten.’