Opinie

Softwareontwikkeling als stedenbouwkunde

Wim Hendriksen was softwaremanager bij ASML en lector bij Fontys Hogeschool ICT. Nu beziet hij de ontwikkelingen vanachter de geraniums.

Leestijd: 3 minuten

Softwareontwikkelaars vergelijken zichzelf graag met bouwkundig architecten en bouwvakkers: mooie nieuwe gebouwen verzinnen en realiseren. Daar schreef ik al over in de vorige Bits&Chips: ‘Schaam je voor legacy’. Slechts weinig softwareontwikkelaars krijgen echter de kans om iets van de grond af te bouwen; de meeste moeten voortborduren op het nobele werk van hun voorgangers.

Misschien is daarom de overeenkomst met stedenbouwkundigen beter. Die moeten ook altijd rekening houden met wat er al staat. Zowel bij de herinrichting van een stuk stad als bij een grote ombouwactie in de software leidt het inpassen van het nieuwe in het oude tot hoge kosten en veel frustratie. In dit stuk wil ik vooral een hart onder de riem steken bij ‘die andere softwareontwikkelaars’, de helden die het oude in leven en bij de tijd houden.

Stel je voor dat Prorail he-le-maal klaar is met het sporenplan zoals dat nu in Nederland ligt en roept dat het na 180 jaar aanmodderen helemaal opnieuw moet. De Prorail-architect verzint een aantal verdiept aangelegde parallelle sporen evenwijdig aan de Noordzeekust, wat dichter bij elkaar in de Randstad, wat minder in het oosten van het land. Dwars daarop een aantal parallelle oost-westsporen, wat meer in het midden van het land, wat minder in het noorden en zuiden. Alle kruisingen natuurlijk ongelijkvloers.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one and enjoy all the benefits.

Login

Related content