Slim meten met hindernissen

Reading time: 2 minutes

Author:

Joost Backus is op sabbatical in Berlijn.

Onlangs bracht een event over smart metering meer dan zestig Duitsers en Nederlanders en zeven Nederlandse technologieaanbieders samen in de Berlijnse ambassade. Het seminar behandelde de laatste technologische trends en veranderingen in wet- en regelgeving op het gebied van slimme meters in beide landen. Belangrijkste conclusie: een echt intelligent stroomnet waarbij consument, netwerkbeheerder en energieleverancier meer inzicht krijgen in gebruik en mogelijkheden voor besparing en optimalisering kent nog vele valkuilen en problemen.

De Duitse wet schrijft voor dat vanaf 2010 bij nieuwbouw en renovatie alleen nog slimme meters ingebouwd mogen worden. De verdienmodellen voor consument en stroomleverancier zijn echter onduidelijk. Nieuwe meters vergen een extra investering, maar het is discutabel hoe die kosten zijn terug te verdienen. Een gemiddelde consument bespaart met een slimme meter slechts vijf tot tien euro per jaar – véél te weinig om de investering financieel aantrekkelijk te maken.

Smart metering is wel toepasbaar in niches, zoals intelligente kantoorgebouwen of vakantiehuisjes, maar de grote consumentenmarkt staat nog niet te popelen, zo werd in Berlijn nog maar eens duidelijk. Uit grootscheepse onderzoeken van Duitse verbruikersorganisaties blijkt dat veel klanten zich zorgen maken over het gebruik van metergegevens door hun leveranciers. En die leveranciers zouden in combinatie met smart metering eigenlijk een dynamische beprijzing moeten invoeren die afhankelijk is van capaciteit en tijd. Zolang die er niet is, hebben de consumenten er nog niet veel aan.

Op de bijeenkomst in de ambassase vertelde Eric Kallmeyer van Vattenfall dat tienduizend verbruikers in de Duitse hoofdstad diverse malen zijn benaderd voor de gratis installatie van een slimme meter en bijbehorende visualisatie. Na enig aandringen zijn er van hen slechts duizend overstag gegaan. Die consumenten blijken vooral de eerste paar weken op hun verbruik te letten en eventueel iets in hun gedrag te veranderen, maar dan zijn ze er ook wel klaar mee en kijken ze eigenlijk niet meer om naar hun slimme meter.

Over de in te zetten techniek spreekt de Duitse wetgeving zich niet specifiek uit. Communicatie kan via de stroomdraad of draadloos via 2,4 GHz, Bluetooth, WLan of Zigbee, waarbij netwerksystemen als Lon, M-Bus, Wavenis of Z-Wave mogelijk zijn. Deze keuzevrijheid komt marktacceptatie niet ten goede, en interoperabiliteit is niet zonder meer gegarandeerd. Mede daarom hebben het Fraunhofer-Institut für Offene Kommunikationssystem en Kema ieder een smart-meteringlab ingericht om te testen en te certificeren.

Er zijn ook verschillende krachten die aan de standaardisatie trekken. Wavenis is bijvoorbeeld een samenwerking tussen Cisco, Elster, France Telecom/Orange en Veolia, terwijl er ook een Duitse initiatief is, gesteund door onder meer de Duitse staat, Allianz, Deutsche Bank en KFW Bankengruppe. Politieke motieven zullen dus zeker een rol gaan spelen.

Er is overduidelijk potentie voor een flinke Europese markt. Een onzeker verdienmodel, ontbrekende standaardisatie en de vele open keuzes van technische, industriële en organisatorische aard onderstrepen echter dat de wereld van smart metering nog volop in beweging en verre van volwassen is.