SDR-specialist M4S profiteert van Option-expertise

Reading time: 3 minutes

Author:

M4S heeft de tape-out van zijn eerste product achter de rug. De Leuvense chipontwerper verwacht dit kwartaal de eerste samples terug te krijgen van huisfoundry TSMC. Het zijn de laatste loodjes naar een volledige chip voor software-defined radio (SDR). Over een jaar moet er een marktrijp product klaarliggen. ’Dat is een goede timing‘, vindt directeur Ivo Vandeweerd, ’want het valt precies samen met de geplande lancering van de nieuwe draadloze standaard LTE.‘

Volgens Vandeweerd ligt M4S duidelijk voor op de concurrentie. ’We laten onze chips produceren in 40 nm, waar de rest nog werkt met 65 nm. Uiteraard moeten de samples aantonen waar we precies staan, maar het vermogenverbruik zal bij ons ongeveer een factor twee lager liggen dan bij concurrerende oplossingen in standaard 65 nm. Ook zijn we zo‘n 25 procent zuiniger dan de meest geavanceerde rivalen. Bovendien zijn we kleiner en flexibeler; we ondersteunen 2G, 3G en LTE.‘

Zoals de naam al doet vermoeden, heeft M4S zijn wortels in het M4-programma van Imec. Vandeweerd: ’Ze keken met een nieuwe bril naar de combinatie van SDR en 40-nm-technologie. Na jaren van research hadden ze daar een proof of concept. Ze wisten precies wat wel werkte en wat niet. De eerste prototypes lagen al op tafel. De technologie was prima, maar de ontwikkeling werd competitief en paste daarom niet meer binnen het concept van Imec, dat zich juist richt op precompetitief onderzoek.‘ Het werd tijd voor een spin-off.

In mei 2007 zag M4S het levenslicht met vier ex-Imec‘ers aan de wieg. In eigen beheer sleutelden ze verder aan hun radio. De basis en de theorie lagen er, maar voor praktische toepassingen moest het allemaal nog een stuk robuuster. De signalen moeten immers onder alle omstandigheden doorkomen. Anderhalf jaar later had M4S dat onder controle.

Technologisch ging het voorspoedig, maar M4S worstelde wel met andere vragen. ’Hoe zetten we ons product op de markt? En in welke vorm?‘, zegt Vandeweerd. ’Het is heel belangrijk om de marktvraag goed te hebben. Wie zijn de klanten? En wat willen ze precies? Wat dat betreft, is de business sterk veranderd. Het gaat niet meer om een stukje digitaal ontwerpen en klaar. Je moet een heel systeem kunnen leveren.‘

Vandeweerd en co hebben de markt grondig onder de loep genomen voordat ze medio 2008 bij Option uitkwamen. ’Dat bedrijf heeft de intentie om als lead customer te fungeren en zag er wel heil in om ons te steunen. Nu opereren we onder de vlag van Option. Dat werkt heel plezierig omdat Option heel veel marktkennis heeft. Het weet precies wat er speelt en is het gewend om te concurreren tegen de Chinezen. RF-zendontvangers zijn bovendien van strategisch belang in Options portfolio. Om M4S echt te kunnen uitbouwen, zijn we met z‘n allen op zoek naar extra financiële middelen.‘ De planning is dat de partijen later dit jaar een investeerder hebben gevonden en M4S op eigen benen verder kan.

In augustus 2008 lijfde M4S een ontwerpafdeling van Freescale in. De halfgeleiderreus stootte een groep van acht man af in het Ierse Cork die goed paste binnen het Leuvense plaatje. ’Het team was gespecialiseerd in de ontwikkeling van RF-zendontvangers. Die kennis in analoog konden we goed gebruiken. Bovendien hadden ze al heel wat systemen gebouwd en dus veel ervaring met het productizen van technologie. Precies de expertise waar het ons aan ontbrak.‘

De kracht van M4S ligt vooral bij RF. Voor het digitale gedeelte van SDR hebben de Leuvenaren de hulp ingeroepen van plaatsgenoot Easics, dat onder meer de RTL-code leverde. ’De grootste uitdagingen verschuiven steeds meer naar het softwaredomein‘, constateert Vandeweerd. ’We werken nu aan de programmatuur voor de geïntegreerde microcontroller die verantwoordelijk is voor de timing. Een ander aandachtspunt is de software voor de energiezuinige Coolflux-DSP van NXP die we gebruiken. Deze voert de complexe algoritmes uit die de niet-ideale eigenschappen van het RF-gedeelte continu meten en bijsturen.‘

M4S heeft op dit moment zestien mensen op de loonlijst staan. Met inhuur erbij komen de Leuvenaren op 25 FTE. Vandeweerd: ’Daar moeten nog minstens een handvol software-engineers bij. Als we straks het product klaar hebben en de financiële middelen hebben, moeten we natuurlijk ook de verkoopafdeling gaan optuigen en uitbreiden. Ik schat dat we uiteindelijk tussen de vijftig en zeventig medewerkers zullen hebben. Dat is een typische grootte voor een bedrijf zoals het onze.‘