Red Dimes

Reading time: 3 minutes

Author:

Paul van Gerven is redacteur van Bits&Chips

Het vermaarde Delftse onderzoeksinstituut Dimes ligt overhoop. Twee jaar geleden besloot het college van bestuur dat de centrale cleanroom van Dimes de broek zelf moest gaan ophouden. In vijf jaar tijd wordt de financiering afgebouwd van vier miljoen euro per jaar naar nul. Het gat wordt gedeeltelijk opgevuld door hoogleraren te laten betalen voor labgebruik, en ten dele door nog meer de markt op te gaan met faciliteiten en expertise (Dimes verdiende al gemiddeld twee miljoen per jaar bij). Genoemde reorganisatie dient dan ook om de bedrijfsvoering voor te bereiden op deze nieuwe missie.

Het is begrijpelijk dat zoiets spanningen oplevert. Om ’industriëler‘ te kunnen opereren, probeert de leiding de cleanroom uit de handen van de onderzoekers te trekken. Die zetten vervolgens natuurlijk de hakken in het zand, bezorgd dat zij moeten gaan betalen voor een achteruitgang van faciliteiten. De reorganisatie is bovendien een katalysator gebleken, die oude tegenstellingen onder de wetenschappelijke staf heeft uitvergroot. Sommige persoonlijke verhoudingen zijn tot onder het nulpunt gedaald, wat de situatie alleen maar bemoeilijkt.

Het gaat er nu echter niet om de vuile was van Dimes buiten te hangen – dat de academische wereld een slangenkuil is, is niets nieuws. Wat telt, is dat de toekomst van Dimes wordt gewaarborgd.

De geluiden van de werkvloer die mij hebben bereikt, zijn wisselend van nuance en toon, maar twee observaties durf ik wel op te schrijven. Een: het gaat allemaal te langzaam. Verantwoordelijk decaan Rob Fastenau verzekert mij weliswaar dat er een goed plan is geïmplementeerd en de voortgang nauwgezet wordt gemonitord, zijn eigen staf is daar minder van overtuigd. Sterker, en dat is twee: die staf twijfelt aan de intentie van het college van bestuur om er echt iets moois van te maken.

Om die scepsis, gevoed door een optocht van dure interim-managers en consultants, te begrijpen, moeten we terug naar het begin van deze eeuw, toen het micro- en nano-onderzoek ieder hun eigen weg gingen. De nano-onderzoekers hebben nu hun eigen Kavli Institute of Nanoscience. Die splitsing werd ingegeven door de investeringen die filantroop Fred Kavli in het vooruitzicht stelde, maar evenzeer door de visie in de hoogste regionen van het universiteitsbestuur. Veel Dimes-medewerkers menen dat bestuurders, toenmalig decaan Karel Luyben voorop, veel te veel inzetten op het meer fundamentele soort (nano-)onderzoek dat Nature en Science haalt. Voor de commercieel relevante resultaten die Dimes in relatieve stilte haalt, hebben zij veel minder waardering, zelfs al zijn die van wereldklasse in de ’branche‘. Nu Luyben, inmiddels rector magnificus, heeft toegestaan dat Dimes helemaal wordt losgesneden, slaat de paranoia toe.

Met alle respect en waardering voor wat het Kavli in Delft doet, ik deel de mening dat het op zijn minst op de grens is van waar een technische universiteit zich mee bezig moet houden. Ook het uit elkaar trekken van de natuurlijke bondgenoten micro en nano is een strategische misser geweest, die de kiem heeft gelegd voor de huidige problematiek. In beginsel heb echter ik geen bezwaar tegen de koers die nu voor Dimes is uitgezet. Juist omdat het onderzoek daar dichter bij de praktijk staat, is aansluiting op de industrie een logische stap – zonder dat daar overigens het universitaire onderzoek voor geslachtofferd zou moeten worden.

Ik constateer echter dat het transformatieproces volledig in de soep is gelopen. Dat het college van bestuur nu bemiddelaars van Berenschot betaalt om de zaak recht te trekken (wat een woordvoerder overigens tegenover Bits&Chips ontkent), valt te interpreteren als een teken van goede wil, maar het is onvoldoende. Vooraleer knelpunten kunnen worden opgelost, moet in woord en daad de continuïteit van Dimes worden gegarandeerd. De enige plek ter wereld die ASML kon helpen aan EUV-sensoren heeft dat wel verdiend.