PLM in consolidatiefase bij OEM’s, nu het MKB nog

Reading time: 6 minutes

Author:

De Product Lifecycle Management-hype is over. Dat is de conclusie die een rondje langs een select groepje ingewijden leert. Maar daarmee is PLM niet van het toneel verdwenen – verre van. De grote OEM‘s hebben de eerste veranderingen doorgevoerd in hun bedrijfsvoering. Zij zijn nu bezig de eerste vruchten te plukken van hun gestroomlijnde werkwijze en datamanagement. Een consolidatieslag, noemen ze het zelf.

Het lijkt ook geen twijfel te lijden dat de PLM-projecten een vervolg krijgen. ’We willen hergebruik van ontwerpen stimuleren door te standaardiseren en modellerend te werken‘, zegt Hans Leysten, die als teamleider bij Fei verantwoordelijk was voor een migratie naar een nieuw productdatamanagementsysteem. ’Nu gaan we verder met procesverbetering. We willen de synergie tussen de verschillende afdelingen versterken.‘ Zijn collega Paul Bruggeling is enterprise architect bij ASML en heeft een vergelijkbare boodschap. ’De hype is over, maar PLM dieselt door. ASML staat aan de vooravond van nieuwe stappen.‘

De grote jongens – naast ASML en Fei ook bedrijven als Daf, Océ en de drie Philips-poten – hebben PLM dus omarmd. Is daarmee de Nederlandse en Vlaamse markt verzadigd? Of krijgt ook het midden- en kleinbedrijf ermee te maken?

Upstream

Het centrale begrip van PLM is communicatie. Het moge bekend zijn dat het ontwikkelen van hightech apparatuur geen eenmansklus is. Meestal is het zelfs geen ’eenbedrijfsklus‘. Er komen teams van ontwerpers en hele netwerken van toeleveranciers bij kijken. En hoe houden die elkaar op de hoogte van veranderingen in de specificaties en het ontwerp? Met de telefoon of een e-mailtje. Of dat goed gaat, is waarschijnlijk vooral een kwestie van schaalgrootte. Hoe groter en complexer het web van betrokkenen, hoe makkelijker het fout gaat.

PLM draagt voor dit probleem een op maat gesneden database aan die ontwerp- en productinformatie opslaat en realtime aflevert. Iedereen die in het ontwikkelproces zit, krijgt zo altijd de laatste tekeningen voor zijn neus. PLM is dus eigenlijk een geautomatiseerde methode om collega‘s te vertellen wat voor onderdelen ze hebben ontworpen of aangepast. Na het ontwerpproces kunnen ook de productie- en serviceafdeling er nog profijt van trekken. De database weet immers de hele geschiedenis van een apparaat terug te halen. PLM, de naam deed het al vermoeden, houdt dus niet op als het product de fabriek heeft verlaten.

Gezien de centraal staande database is het verleidelijk PLM vooral te zien als een zuivere IT-oplossing. Zorg dat de beheer- en ontwerpsoftware een beetje kunnen praten met de datamanagementsoftware en klaar is Kees. Iedereen die iets dergelijks beweert tegen een PLM-kenner, kan echter een stevige reprimande verwachten. ’PLM is niet alleen het kiezen van de juiste tools. Aan de ene kant staan business requirements en aan de andere kant de IT. PLM kan zelfs zonder het gebruik van tools‘, vertelde Henk van Leeuwen van Philips Healthcare eind 2006 in een interview met Bits&Chips. Hij wilde maar zeggen dat PLM vooral ook een manier van werken is. ’Eerst nadenken over hoe je de bedrijfsvoering wilt inrichten en dan pas implementeren in softwaretools.‘

Een goed uitgerolde PLM-implementatie betekent minder communicatiefouten en daarom een snellere time-to-market. Bij hightech producten luistert bovendien alles nauw. Het kleinste schroefje een millimeter verplaatsen kan al desastreuze gevolgen hebben. Ook dat kan kostbare tijd opsouperen. En zoals Hans Leysten al aangaf, vergemakkelijken goed gedocumenteerde ontwerpen het hergebruik ervan. Het wiel hoeft tenslotte maar één keer te worden uitgevonden.

Hoewel met PLM dus veel winst valt te behalen, heeft het de grote OEM‘s niet stormenderhand weten te veroveren. Stapje voor stapje hebben deze hightechfabrikanten een vorm van PLM uitgerold over (een deel van) hun organisatie. ’Bovendien is er altijd weerstand tegen verandering. Dat is niet meer dan normaal‘, vindt Leysten. ’Zeker wanneer van afdelingen wordt gevraagd om meer te doen dan ze al deden. Dat levert dan later in het traject voordeel op, maar daar merkt die upstream-afdeling weinig van. Maar het gaat natuurlijk juist om dat hele traject.‘ Zodra die boodschap is overgekomen op de werkvloer, zijn zowel de gebruikers als het management tevreden met de omschakeling.

Gezellig

Wat dat betreft, heeft invoering van een PLM-werkwijze wel iets gemeen met die van de Enterprise Resource Planning-systemen (ERP). Ook dat is een operatie waar alle bedrijven het afgelopen decennium mee te maken hebben gekregen, als het al niet langer geleden is. Het was niet altijd een even makkelijke overgang, maar er zullen weinig ondernemingen zijn die er spijt van hebben.

Dat roept de vraag op of PLM voor het MKB even onvermijdelijk is als ERP. Het vragenrondje lijkt uit te wijzen van wel. ’Veel kleine en middelgrote bedrijven weten nu nog de pijn beheersbaar te houden door af en toe een nieuw verbandje aan te leggen‘, zegt Muhittin Karakus van Transfer. ’Naar schatting kan twintig tot dertig procent van de ontwerptijd in communicatie gaan zitten. Alleen daarom zou PLM een goed idee zijn.‘ Karakus verkocht vroeger de bekende Agile-producten, die Oracle nu in zijn portfolio heeft. ’Oracle heeft wereldwijd zoveel grote bedrijven als klant, en is niet gefocust op oplossingen voor het MKB‘, aldus Karakus. Ook de meeste andere grote PLM-leveranciers hebben zich tot dusverre niet echt op de ’kleintjes‘ gericht.

Toch zal een aardig deel van het hightech-MKB inmiddels wel zijn eerste kennismaking met PLM hebben gehad. Veel midden- en kleinbedrijven zijn immers toeleverancier en die worden tegenwoordig steeds eerder bij het ontwikkelproces betrokken. Het ligt dan ook voor de hand dat ze toegang krijgen tot het PLM-systeem, met name de database. Maar leg je dan geen gevoelige informatie op tafel? Als die angst er al was, dan is die nu verdwenen, observeren Bruggeling, Leysten en Karakus.

’ASML heeft eigenlijk nooit moeite gehad om technische informatie te delen met toeleveranciers. En als je dat geautomatiseerd gaat doen, dan zijn er prima oplossingen om de toegangsrechten goed te regelen‘, zegt Bruggeling. ’Online backup van data of online boekhouding is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld‘, zegt Karakus. ’Als het buiten de deur gemaakt kan worden, graag. Dat past echt binnen de strategie van Fei‘, aldus Leysten. Met dit stijgende vertrouwen in elkaar en in het PLM-systeem, zullen toeleveranciers en OEM‘s nog dichter op elkaar aansluiten.

Daarmee doet PLM ook zijn intree bij de kleinere spelers op de hightechmarkt. Voor sommigen zal dat misschien tegen wil en dank zijn. ’Financieel is het niet altijd even aantrekkelijk, maar als je klanten erop staan, heb je weinig keus‘, denkt Leysten. ’Als ze mee willen ontwerpen, dan moeten ze meesurfen op het systeem van de OEM‘, denkt Karakus. De onvermijdelijkheid van PLM in het MKB lijkt dan ook meer het karakter te krijgen van zachte dwang. Desgevraagd geeft zowel Bruggeling als Leysten overigens te kennen dat hun toeleveranciers er absoluut geen problemen mee hebben. Ook Van Leeuwen wist dat al in 2006 te vertellen.

Als er nog geen PLM-oplossing voor het MKB is, dan komt die er wel, denkt Karakus. Hij heeft een oogje op het Amerikaanse bedrijf Aras, dat PLM in een soort open-sourcevorm trekt. Behalve hun kosten sterk reduceren, kunnen gebruikers ervaringen en hele modules uitwisselen. Eventueel staat daar zelfs een vergoeding tegenover. Karakus: ’Het lijkt een gat in de markt, zeker nu PLM in het vizier van zoveel meer kleinere spelers komt.‘

Het lijkt bovendien wel te passen binnen het PLM-wereldje. Daarin worden ervaringen vrolijk uitgewisseld. En waarom niet, van concurrentie is geen sprake. En het wereldje is ook klein. Ondanks de impact die het op ontwerpers en engineers heeft gehad, is het aantal mensen in de Benelux dat er fulltime en inhoudelijk mee bezig is, toch vrij beperkt. Er zijn wel verschillende platforms waar ervaringen worden uitgewisseld. Het leukste voorbeeld: het informele clubje van Bruggeling, Leysten, Van Leeuwen en collega François Wolters van Océ, die af en toe op vrijdagmorgen eens de koppen bij elkaar steken.