Opinie

Over popprofessoren en andere ongemakken

Eric Gerrits
Leestijd: 3 minuten

In augustus kwam popprofessor Tom ter Bogt van de Universiteit van Amsterdam mij op het Lowlands-festival uitleggen waarom ik niet van Britney Spears houd en mijn buurmeisje wel. En wat dit zegt over mijn gedrag. Deze armoe is symptomatisch voor de mate waarin we zijn verdwaald in het oerwoud van bedriegers en luchtfietsers. Ter Bogt is bijzonder hoogleraar Popmuziek. We mogen toch verwachten dat hij zich richt op feiten en niet op meningen? In Nederland kunnen zelfs hopeloze romantici het ver schoppen.

Hoe heeft het zover kunnen komen? Laten we het rapport ’Schaarste aan bèta- en techniekstudenten in Nederland‘ van het Centraal Planbureau er maar eens op naslaan. Dit rapport behandelt de zorg over tekorten aan bèta‘s en technici en concentreert zich op drie vragen: ’Waarom zou de overheid zich bemoeien met de arbeidsmarkt voor bèta‘s?‘, ’Wat weten we over vraag en aanbod op deze markt?‘ en ’Welk beleid is het meest effectief?‘

Samengevat is de conclusie dat meer afgestudeerde bèta‘s zal leiden tot meer R&D en dit een positief effect heeft op de productiviteitsgroei en welvaart. Uit cijfers over het aantal vacatures, werkeloosheid en loonniveaus concludeert het planbureau dat er eigenlijk geen krappe arbeidsmarkt is en dat de lonen van bèta‘s achterblijven ten opzichte van die in andere sectoren. De verklaring hiervoor zoekt het CPB voornamelijk in de toenemende internationalisering van de markt. Nederlandse bedrijven doen meer een beroep op buitenlandse bèta‘s en de R&D-activiteiten verplaatsen zich naar landen waar R&D meer effectief zal zijn.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one and enjoy all the benefits.

Login

Related content