Redactioneel

Oude wijn

Paul van Gerven is redacteur van Bits&Chips.

Leestijd: 3 minuten

Begin deze maand presenteerde de Europese Commissie de opvolger van de uit 2000 daterende Lissabon-strategie, het masterplan dat van Europa ‘s werelds meest concurrerende kenniseconomie had moeten maken. Ook zonder crisis zou het gros van de lidstaten de beleidsdoelstellingen in de oorspronkelijke afspraken niet hebben gehaald. Of daarom het gewenste resultaat is uitgebleven, valt te betwijfelen. Op het realiteitsgehalte van de top-down economische maakbaarheidsgedachte die op de Europese burelen hoogtij viert, is immers veel af te dingen.

Uit het Lissabon-fiasco hebben de bureaucraten geen lering getrokken. Integendeel. Ze dikken het Lissabon-document in tot een wat simpeler recept, leuken het wat op met duurzaamheid en doen er een Europa 2020-kaftje omheen. De Lissabon-strategie is dood, lang leve de Lissabon-strategie. Vervolgens zoeken ze de oorzaak van de mislukking overal behalve bij zichzelf en roepen ze om meer machtsmiddelen om naleving door lidstaten af te kunnen dwingen. Een typische reflex van een beroepsgroep die niet bekendstaat om zijn zelfkritische vermogen en ambitie zichzelf minder belangrijk te maken.

Vanuit dit perspectief zou er geen traan om gelaten te hoeven worden dat een rechtstreeks uit de Lissabon-afspraken gekopieerd streven dreigt te sneuvelen. Het afgelopen decennium hebben alleen Finland en Zweden de afgesproken drie procent van het bnp in R&D en onderwijs doorbroken. Het EU-gemiddelde bleef op 1,9 procent steken, precies hetzelfde als tien jaar geleden. Nieuwe ronde, nieuwe kansen, stelt de Commissie in Europa 2020 voor, maar lidstaten en Europese politici liggen dwars.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one and enjoy all the benefits.

Login

Related content