Open-source-ontwikkelaars snakken naar open mobieltje

Reading time: 5 minutes

Author:

Veel mobieltjes draaien Linux, maar toch zijn het nagenoeg zonder uitzondering gesloten platforms. En dat is zonde, menen veel open-source-ontwikkelaars, want de telefoontjes zijn alom vertegenwoordigd. Ze zijn daarom druk in de weer om hun vingers achter deze systemen te krijgen. De Openmoko- en QTopia-initiatieven bieden een geheel open alternatief.

En dat is zonde, menen veel open-source-ontwikkelaars, want de telefoontjes zijn alom vertegenwoordigd. Ze zijn daarom druk in de weer om hun vingers achter deze systemen te krijgen. De Openmoko- en QTopia-initiatieven bieden een geheel open alternatief.

Veel open-source-ontwikkelaars is dat een doorn in het oog. Zij zouden maar wat graag het mobieltje als algemeen ontwikkelplatform gebruiken, getuige de belangstelling die de presentatie over Openmoko trok op de Free and Open Source Developers European Meeting (Fosdem) eind februari in Brussel. Toehoorders moesten tot in de vensterbank hun heil zoeken om de presentatie van Sean Moss-Pultz van het Taiwanese First International Computer te kunnen aanhoren. Openmoko is een nagenoeg geheel open softwarestapel die op de eigen Neo1973-telefoon van FIC moet gaan draaien. De Taiwanese ODM hoopt op een actieve ontwikkelgemeenschap. ’Dit is geen hobbyproject‘, zei Moss-Pultz. ’FIC is een miljardenbedrijf.‘ Ook Lorn Potter van het Noorse Trolltech kon op warme belangstelling rekenen. Het QTopia/Opie-platform van de Noren vormt een bijna volledig open-source ontwikkelplatform. In september vorig jaar kwamen zij op de markt met de Greenphone, een mobieltje voornamelijk gericht op ontwikkelaars.

Desktop

Linux op mobieltjes en andere embedded apparaten is hot. De grote mobieltjesmakers richten zich allen op het vrije besturingssysteem om hun eigen systemen zoals Symbian eindelijk met pensioen te kunnen sturen. Wat Andrew Morton betreft is de liefde wederzijds. Morton is een van de belangrijkste Linux-kernelbeheerders. Tijdens zijn Fosdem-presentatie sprak hij zijn toewijding voor embedded doelen uit. Wel merkte hij op dat er minder ondersteuning is vanuit de industrie voor embedded werk dan voor de desktop- en servertoepassingen. Hij karakteriseerde dit als het ’embedded probleem‘. Vaak gebruiken deze toepassingen dezelfde software voor de gehele levenscyclus van een product. In de desktop- en servermarkt hebben de betrokken partijen er juist baat bij om de software voortdurend te verbeteren. Zij investeren dus meer in de ontwikkeling van de Linux-kernel.

Daarnaast zijn consumentenelektronicabedrijven minder bereid om hun wijzigingen terug te geven. Dat is ook het geval bij mobiele telefoons. Het groeiende gebruik van Linux in mobieltjes wil niet zeggen dat de fabrikanten ook streven naar een open ontwikkelplatform, zij timmeren hun platforms juist zo veel mogelijk dicht. Een veel aangehaalde reden hiervoor is dat de mobiele operators hun netwerk goed willen kunnen beheersen. Gebruikers moeten niet zo maar van alles met het gsm-netwerk kunnen uithalen.

Het Noorse Trolltech en het Taiwanese First International Computer hebben allebei een telefoon op de markt met volledig open-source softwarestapel. Ontwikkelaars kunnen hier naar hartenlust op bouwen.

Evolutie

Een open ontwikkelplatform kan volgens veel open-source-ontwikkelaars echter een paradigmaverschuiving teweegbrengen. Nu komt de innovatie op conto van de mobieltjesmakers. Op het moment dat het publiek hier bij kan, zou dat tot volledig nieuwe toepassingen kunnen leiden.

Moss-Pultz vergeleek het met biologische evolutie; die staat op het moment praktisch stil in de mobieltjeswereld, toevoegingen zijn alleen maar meer van hetzelfde. Als het grote publiek toegang krijgt tot de bouwstenen zijn er nieuwe soorten te verwachten en zelfs nieuwe klassen van soorten. Dat is gelijk ook de reden dat FIC met het platform komt. Nieuwe toepassingen vragen om nieuwe mobieltjes en die kan het leveren. Ook voor het bedrijf is het een sprong in het diepe. ’Kan iemand me achteraf een foto sturen van deze volle zaal, zodat ik mijn baas kan overtuigen dat er wel degelijk belangstelling voor is?‘, vroeg Moss-Pultz de toehoorders.

Hij is in goed gezelschap. Bij open-source-ontwikkeling speelt de cultuur van vrijheid, openheid en gemeenschap een grote rol. Dat strookt niet met de gevestigde bedrijfscultuur en veel bedrijven snappen daarom niet goed hoe open-source-ontwikkeling werkt.

Een goed illustratie hiervan gaf Stefan Schmidt van het OpenEZX-project. Motorola heeft een klein dozijn smartphones op de markt gebaseerd op Linux, QTopia en andere vrije software. Ontwikkelaars kunnen hier echter alleen via Java applicaties voor ontwikkelen. OpenEZX streeft naar een vervanging van dit EZX-platform waar ontwikkelaars wel mee uit de voeten kunnen. Daarvoor was het eerst nodig om de broncode in handen te krijgen. Volgens de Gnu General Public License, waar Linux onder valt, dient iedereen die een gewijzigd programma distribueert ook de wijzigingen in broncode beschikbaar te maken. Bedrijven doen dit echter niet altijd. Ook bij Motorola was er flink wat aandringen nodig voordat ze hun broncode beschikbaar maakten. Dit was tegelijk ook het enige contact dat Motorola met ontwikkelaars van buiten had, alhoewel hun website optimistisch rept over het ’koesteren van de samenwerking tussen Motorola en de open-source-gemeenschap‘. Op de uitnodiging om mee te helpen met het OpenEZX-project kwam van Motorola‘s kant geen enkele respons.

Schmidt benadrukt dat Motorola hiermee een kans heeft laten liggen. Het OpenEZX-team kwam er al snel achter dat de smartphones op een min of meer standaard Linux-versie werken zonder de aanpassingen voor embedded systemen zoals UCLibC en Busybox. Ook draaien de apparaten een Samba- en Telnet-server. Handig voor de ontwikkeling, maar onnodig voor het dagelijks gebruik. Daardoor gebruikt het toestel al 60 van de 64 beschikbare megabytes aan geheugen. Als Motorola de kennis van de ontwikkelgemeenschap had afgetapt, hadden ze daar eenvoudig op kunnen besparen.

Operators

QTopia en met name Openmoko streven er juist naar om zo veel mogelijk ontwikkelaars te mobiliseren. Beide projecten hebben websites ingericht voor een actieve ontwikkelgemeenschap, met bugtracking- en broncodebeheergereedschap en wiki‘s. QTopia is zowel beschikbaar onder de open-source GPL-licentie als onder een aantal commerciële licenties. Openmoko brengt al zijn zelfgeschreven code uit onder de GPL of LGPL. Ook alle andere componenten van het raamwerk vallen onder een of andere open-source-licentie, met uitzondering van de gsm-stapel. De makers van gsm-chips staan niet bepaald te springen om hun gsm-stapel onder een open-source-licentie beschikbaar te maken vanwege de regulering rondom gsm-netwerken.

Het is nog onduidelijk of dat ooit zal wijzigen. Maar er hangt een voorzichtige verandering in de lucht. FIC is zelf een mobiele aanbieder in Taiwan en heeft nauwe banden met andere operators in Azië. Volgens Moss-Pultz zijn zij wel degelijk opgetogen over de mogelijkheden. Ook een Noorse operator opent zijn netwerk voor ontwikkelaars, na ondertekening van een contract, vertelde Potter.