‘Ondernemers romantiseren outsourcen te veel’

Reading time: 4 minutes

Author:

Toeleveranciers in de Benelux hoeven niet te buigen voor hun collega‘s in het Verre Oosten of in Oost-Europa, vindt AAE-directeur William Pijnenburg. Niet meteen schrikken van ieder geluid in de markt, maar beter kijken waar kansen liggen binnen hun eigen bedrijf. ’Klanten zullen altijd technologisch hoogwaardige producten en een snelle levertijd willen blijven hebben. Lokale toeleveranciers voldoen hier als geen ander aan.‘

Advanced Automated Equipment (AAE) is in 1976 in Helmond opgericht en heeft 130 man in dienst. Sinds 1995 maakt het Duitse Grauel ook deel uit van de AAE-groep. Afgelopen juni won het bedrijf de Make it in Holland Award van de Metaalunie. Volgens de jury is AAE de concurrentie met lagelonenlanden het meest succesvol aangegaan. Pijnenburg vertelt hoe zijn bedrijf zich heeft beschermd tegen de populariteit van leveranciers in de lagelonenlanden.

Pijnenburg: ’We hebben altijd hightech machines gemaakt. In 1999 hebben wij een belangrijke stap gemaakt door met eigen producten te beginnen: de assemblage- en bedrukkingsmachines. Daarnaast automatiseerden we de productieafdeling.‘

Die stap kwam niet uit de lucht vallen, de economische recessie zorgde ervoor dat klanten opdrachten afzeiden. ’AAE had die prikkel nodig om zelf iets nieuws te verzinnen. We moesten wel. Maar we waren optimistisch. Als je een brood kunt bakken voor een ander, kun je het ook voor jezelf.‘

De productieafdeling van hightech onderdelen bestaat steeds meer uit onbemande geautomatiseerde cellen. Doel van automatisering: kostenbesparing in de concurrentiestrijd met lagelonenlanden. ‘24-uurscellen noemen we ze‘, licht Pijnenburg de productieruimtes toe, ’want ze kunnen buiten werktijd blijven draaien. Bij de draaibanken hebben we robotsystemen. Grijparmen zetten de onderdelen in de machine en die doet de rest van het werk. Dit systeem vergt een hoge programmeringsgraad. Vaklui zijn hierdoor steeds meer programmeurs. Die hoge kennisgraad bij het personeel voegt waarde toe aan het product. Samen met snelle time-to-market, capaciteit en hoge omschakelflexibiliteit bij ontwerpverandering is dat een voordeel waar leveranciers in lagelonenlanden nauwelijks tegenop kunnen.‘

Met de vier omzetgroepen fijnmechanische onderdelen, proto- en seriebouw, bedrukkings- en montagemachines, en speciaalmachines heeft AAE zijn risico‘s verspreid. Door AAE‘s eigen producten is het bedrijf naast toeleverancier ook OEM. Pijnenburg: ’Wij hebben enkele toeleveranciers in Tsjechië. De samenwerking met hen is wel een langetermijnproject. We begonnen eraan alsof we meededen aan de lotto. In het begin waren de resultaten mager, maar later werden ze beter. Het is helemaal niet zo gemakkelijk om uit te besteden, veel bedrijven vergeten dat levertijd, kwaliteit en logistiek ook allemaal prijsbestanddelen zijn.‘

Hij geeft een voorbeeld: ’De infrastructuur in Tsjechië is niet bepaald uitmuntend, waardoor logistiek en levertijd deuken oplopen. Hierdoor is uitbesteden een dure grap.‘ De stuurman concludeert: ’Ondernemers romantiseren outsourcen te veel. Het is moeilijker dan het lijkt om een goede kwaliteit voor een goede prijs te krijgen.‘

Om klanten te bereiken, doet AAE ook ontwikkelprojecten. ’Vroeger was het uurtje-factuurtje. Nu willen we als toeleverancier graag aan de high-endkant zitten en de ontwikkelfase van prototype tot en met de aftersales meemaken. Als het product uitgekauwd en bekend is, mag een lagelonenland een gedeelte van de productie best overnemen. Maar dan zit het product in een volgende levensfase.‘

Pijnenburg toont zich strijdvaardig tegenover de goedkope concurrent in Verweggistan. Hij vindt het jammer dat veel lokale leveranciers zich laten afschrikken door de eerste de beste klank uit de markt. ’Wij hebben tegen de stroom in geroeid. Voor op de korte termijn hebben we een moeilijke weg gekozen met het aanbieden van eigen producten en het in huis houden van productie, maar op de lange termijn gaat dat zich allemaal terugbetalen. Ik zou andere lokale leveranciers hetzelfde willen aanraden: kijk eerst naar de mogelijkheden in je eigen bedrijf. Veel toeleveranciers hebben hun productie afgestoten toen ze geruchten over de opkomende Aziatische economie hoorden. Bang niet te kunnen concurreren. Wij wilden ons producerende personeel niet ontslaan uit sociaal oogpunt, maar ook uit economisch oogpunt; die groep bestaat uit vakmensen, daar moet je zuinig op zijn.‘ Hij vervolgt: ’Ik zie lagelonenlanden niet als een bedreiging, maar als partners. De ontwikkeling van hoogwaardige technologie heeft toekomst in West-Europa en niet in de lagelonenregionen. Maar dat moeten lokale toeleveranciers zich wel realiseren en investeren in hun bedrijf om hoogwaardige technologie te kunnen bieden.‘

AAE-directeur William Pijnenburg: ’De ontwikkeling van hoogwaardige technologie heeft toekomst in West-Europa en niet in de lagelonenlanden.‘

Over de verschuiving van productie uit West-Europa zegt Pijnenburg: ’Goedkope productie hoort ook te verdwijnen uit deze regio, omdat dat nu eenmaal geen kenmerk is voor een welvarende en technologisch hoog ontwikkelde kennisregio. Het wordt tijd dat deze regio in de gaten krijgt hoe sterk het eigenlijk is en dat het inspeelt op deze ijzersterke punten.‘

Volgens hem hoeven toeleveranciers niet bang te zijn dat ze al hun klanten kwijtraken. ’ASML laat bijvoorbeeld heel veel toeleveren. Die leggen hierdoor heel veel risico buiten de deur. Bij al die afzonderlijke bedrijven werken hooggekwalificeerde mensen. Een klant krijgt het nooit voor elkaar om dit allemaal zelf in huis te hebben. Toeleveranciers zullen altijd in het plaatje voorkomen. Wanneer een klant lokaal rond gaat kijken? Als hij en de lokale toeleveranciers weten wat ze van elkaar kunnen verwachten.‘