Micro en nano, een kwestie van wennen

Reading time: 3 minutes

Author:

Voor het eerst organiseerden onderzoeksprogrammaā€˜s Microned en Nanoned en commerciĆ«le netwerkorganisatie Minacned dit jaar een gezamenlijke conferentie, de Micronanoconference 2008. Een goede zaak, want micro en nano horen bij elkaar.

Van 17 tot en met 19 november konden micro- en nano-onderzoekers hun hart ophalen in Ede. In congreshotel De Reehorst organiseerden onderzoeksprogrammaā€˜s Microned en Nanoned en netwerkorganisatie voor bedrijven Minacned de Micronanoconference 2008. De eerste dag lag de nadruk vooral op industriĆ«le toepassingen, terwijl de twee andere dagen een meer academisch karakter kenden.

Het was voor het eerst dat de drie organisaties gezamenlijk confereerden, al hadden zij in duoā€˜s al eens aan elkaar geroken. In 2006 sloegen bijvoorbeeld Micro- en Nanoned de handen ineen. In Eindhoven sneeuwden de bijdragen uit de nanotechnologische hoek echter die uit de microtechnologische helemaal onder. ā€™Nano overschaduwt micro op onderzoekscongresā€˜, kopte dit blad daarover destijds. Dat bleek overigens later gedeeltelijk een kwestie van beroerde timing, aangezien er voor de micro-onderzoekers enkele weken later een groter internationaal congres was. Zoiets doet de animo niet goed.

Nanotechnologie levert misschien commercieel nog weinig op, zij is in ieder geval goed voor prachtige plaatjes. Foto: Damian Allis

Vorig jaar gingen de onderzoeksprogrammaā€˜s elk hun eigen weg. Microned zocht zijn toevlucht bij Minacned, terwijl Nanoned op eigen kracht zijn onderzoeksresultaten presenteerde in Nijmegen. Kennelijk zijn de politieke meningsverschillen, identiteitskwesties en vrees voor gebrek aan synergie nu overboord gezet en stapten de drie partners in het polygame huwelijksbootje.

Dat is een goede zaak; academisch en industrieel horen bij elkaar en micro en nano horen bij elkaar. Hoogleraar Lina Sarro van de TU Delft legde al eens uit dat micro- en nanotechnologie natuurlijke bondgenoten zijn (zie Bits&Chips 6, 2008). Microsystemen zijn namelijk een onontbeerlijke intermediair tussen het macro- en nanoscopische. Je kunt miniaturiseren wat je wilt, je moet het kunnen aansturen. En omgekeerd moeten signalen uit de wereld van het allerkleinste ons kunnen bereiken, wil je er ooit iets nuttigs mee doen.

Het gezamenlijk optrekken van micro en nano is ook goed vanuit een pr-perspectief. Nanotechnologie heeft het voordeel de sexy nieuwkomer te zijn, die belooft de hele tent op zijn kop te gooien. Zij heeft de glitter en glamour van een paradigmaverschuiving, van een heel andere manier van denken, met alle nieuwe mogelijkheden die daarbij horen. Het oudere gebied voor microsystemen steekt daar – voor de buitenwacht althans ā€“ wat muf bij af. Door zich als onlosmakelijk aan elkaar verbonden te presenteren, straalt wat van de nanoglans af op micro en krijgt dit gebied de aandacht die het verdient.

Multidisciplinair

Omgekeerd kan nano wel wat hulp van micro gebruiken. ā€™Kunnen we er nog een cent aan verdienen, of is het alleen maar leuke chemie?ā€˜, schijnt Tim Harper van onderzoeksbureau Cientifica het sexy nano-imago wel eens in perspectief te hebben geplaatst. Hij is niet de enige. Marktonderzoeker Patric Salomon vertelde in Ede over de groeiende perceptie dat nanotechnologie nog weinig poen oplevert, terwijl er wereldwijd al jarenlang talloze onderzoeksmiljarden in worden gepompt. Het gevaar is dat die bubbel een keer barst, zeker nu er steeds vaker vraagtekens bij de veiligheid worden geplaatst. Microtechnologie mag wat ouder zijn, het is ook rijper en vertrouwd. Denk maar aan Mems, die hun entree al hebben gemaakt. Laat dat op zijn beurt maar afstralen op nano.

De grens tussen micro en nano is sowieso vrij arbitrair, zo deze Ć¼berhaupt al bestaat. Een microsysteem bestaat uit kleine onderdelen, waarin iets anders beweegt dan alleen een elektrische stroom. Daar past de hele nanotechnologie ook wel onder, de afmetingen even daargelaten (volgens de conventies begint nanotechnologie onder de honderd nanometer). Maar goed, misschien is een nieuwe naam die beide disciplines afdekt beter ā€“ suggesties zijn welkom via de e-mail.

Het is ook goed dat onderzoekers en ondernemers van verschillende achtergrond samenkomen op Ć©Ć©n conferentie. Geen enkele natuurwetenschap staat op zich, maar in het tijdperk van micro- en nanotechnologie heeft veel onderzoek een multidisciplinair karakter gekregen. Onderzoekers moeten derhalve met elkaar leren praten. Universiteiten spelen al langer in op die behoefte door ā€™gemengdeā€˜ studies aan te bieden, met name in de biomedische hoek.

Op de Micronanoconference bleek wel dat de taalbarriĆØres nog niet zijn geslecht. De meeste sprekers, in ieder geval op de maandag, deden weinig moeite om hun boodschap in haar context te plaatsen en jargon te vermijden. Bij menig praatje restte een niet onaanzienlijk deel van het publiek weinig meer dan duimen te draaien. Een kwestie van wennen, hopelijk.