Mechatronica-instituut in startblokken

Reading time: 4 minutes

Author:

Als alles voorspoedig loopt, gaat het Programme for High-tech Systems aanstaande september van start. Het initiatief is een versmelting van de voorstellen voor het Dutch Manufacturing Institute en het Precisie-instituut. Beide afzonderlijke plannen werden eind vorig jaar door een commissie van wijzen afschoten. Het High-tech Systems Platform (een initiatief van ASML, FEI, Philips Medical Systems, Stork, Thales en Vanderlande) bracht de partijen samen en drong aan op een bundeling van krachten.

Er loopt momenteel een haalbaarheidsonderzoek dat eind april klaar moet zijn. ’De overheid gaat onze ideeën bekijken. Er zijn concurrerende plannen voor topinstituten, maar kennisontwikkeling voor de maakindustrie is van wezenlijk belang. Als we de bedrijven achter ons krijgen, dan maken we een grote kans‘, zegt Theo Boshuisen, die samen met Jan van Eijk de kar trekt.

Boshuisen was tot 2003 hoogleraar technische bedrijfsvoering binnen de sectie Systems Engineering van de Eindhovense Werktuigbouwkunde-faculteit. Hij werd in 1995 gevraagd om TNO‘s industrietak grondig te reorganiseren en TNO Industrie in Eindhoven op te zetten. Na de verkoop van zijn bedrijf PL Automotive in Kerkrade in 1995 had hij voor dat karwei zijn handen vrij. Jan van Eijk van Philips Applied Technologies is deeltijd hoogleraar advanced mechatronics aan de TU Delft. Hij geldt als een van de leidinggevende figuren in het Nederlandse mechatronicalandschap en gaat het onderzoeksprogramma coördineren.

In een presentatie (te downloaden vanaf www.htsprogramme.nl) die Boshuisen onlangs op het ministerie van EZ hield, onderstreepte hij het belang van kennisontwikkeling voor de maakindustrie. Nederlandse hightechbedrijven zetten jaarlijks voor 20 miljard om, waarvan ze 18 miljard exporteren. Inclusief toeleverende industrie is deze sector goed voor 140 duizend banen. Het is dubbelop, maar de hightech is kennisintensief, met 2,1 miljard euro aan R&D-uitgaven en een relatief hoog aandeel hoogopgeleiden, zo‘n 15 duizend medewerkers zijn actief in R&D.

Doel is om voor het Programme for High-tech Systems een tijdelijk project met een looptijd van vijf jaar op de rit te krijgen. ’We gaan nu langs bedrijven voor het tekenen van een letter of intent. Er moet geld komen‘, zegt Boshuisen. De intentieverklaring met financiële onderbouwing moet eind april klaar zijn. Bij de overheid gaat Boshuisen om 80 miljoen euro vragen voor het R&D-programma, verdeeld over vijf jaar. Per jaar leggen bedrijven 4 miljoen euro in, kennisinstellingen passen daar 4 miljoen euro bij en de overheid completeert dit met 8 miljoen euro per jaar. ’De overheid stimuleert hiermee het behoud van de Nederlandse maakindustrie, maar wil dit tot uitvoering komen, dan moeten ook de bedrijven zich achter ons scharen‘, zegt Boshuisen. Een beslissing over het instituut valt mogelijk nog deze zomer.

Boshuisen en Van Eijk hebben voor een brede opzet gekozen. Naast OEM-bedrijven als ASM International, Besi, Océ en OTB zoeken ze ook partners onder toeleveranciers. In zijn presentatie noemt Boshuisen met name Bosch Rexroth, CCM, Frencken, IBS, Neways en NTS. Ook staat nauwe samenwerking op de agenda met instellingen en initiatieven met verwante doelen, zoals het Applicatiecentrum voor Productietechnologie, het Dutch Polymer Institute, ESI, het Holst Centrum, Microned, Mikrocentrum, Netherlands Institute for Metals Research, Syntens en de drie technische universiteiten.

Boshuisen ziet de Hightech Campus in Eindhoven als voor de hand liggende vestiging voor het instituut. ’Naast het Holst Centrum. Het zal fysiek geen groot instituut zijn. Er zullen maar een paar mensen zitten. De researchprogramma‘s maken gebruik van bestaande capaciteit.‘

Het High-tech Systems Platform gaat het High-tech Systems Institute assisteren bij het opstellen van de onderzoeksagenda. Dat het High-tech Systems Platform intussen zichtbaar is, bewijst een aanvraag van de stichting Fom naar de onderzoeksspeerpunten van de hightechbedrijfstak. Hiervoor zet het platform momenteel een aparte werkgroep op.