Led te snel volwassen geworden voor Philips

Reading time: 5 minutes

Author:

Net nu de opmars van de ledlamp niet meer te stuiten is, verlaat Philips – dat de transitie nota bene versnelde – de markt. Waarom?

De ledlamp in huizen en kantoren: gemeengoed is hij nog niet, maar dat is snel aan het veranderen. Een paar jaar geleden dacht een groot publiek nog over de ledlamp als een onding dat de Europese Unie de burger door de strot probeerde te duwen: duur en lelijk licht, vonden velen. Maar na een serie van prestatieverbeteringen en prijsdalingen omarmt inmiddels een steeds groter aantal mensen de nieuwe verlichtingsvorm zonder het idee te hebben iets tekort te komen.

De kiem voor deze revolutie werd vijftien jaar geleden gelegd. In de tweede helft van de twintigste eeuw had ledtechnologie weliswaar haar weg naar diverse toepassingen gevonden, maar een betaalbare lamp die voldoende wit licht gaf, leek rond de eeuwwisseling nog sciencefiction. Toch had led meer dan een fatsoenlijke kans op de markt voor huis-, tuin- en keukenverlichting, beargumenteerden vier onderzoekers van Hewlett-Packard en Sandia National Laboratories op een conferentie in 2000. De paper was oorspronkelijk geschreven om geld voor een lijvig onderzoeksprogramma los te peuteren, maar de inhoud resoneerde tot ver buiten Amerikaanse beleidsmakerskringen.

De overtuigingskracht van Roland Haitz en collega’s ging met name uit van een observatie die veel weg heeft van de wet van Moore (zie kader ‘De wet van Haitz’). Net als bij ic’s bleken de prestaties van leds trendmatig toe te nemen, terwijl de prijs tegelijkertijd trendmatig daalt. Op basis daarvan kon aannemelijk worden gemaakt dat de nieuwe lampen binnen tien tot twintig jaar concurrerend zouden worden voor algemene verlichtingstoepassingen.

Veel licht- en halfgeleiderbedrijven waren overtuigd en stortten zich op de led. Ook voor gevestigde lichtspelers was dat een interessant product, omdat de lichtmarkt allang een volwassen markt met flinterdunne marges was geworden. De spaarlamp leek daar niet veel verandering in te brengen.

Voor de gevestigde orde was zo’n transitie naar een nieuwe technologie echter ook levensgevaarlijk. Het vereist strakke planning om een oude technologie uit te faseren en simultaan een nieuwe aan de man te brengen. Zeker voor marktleider Philips Lighting lagen grote verliezen op de loer, indien het de zaak niet zorgvuldig zou managen.

Maar Philips koos bepaald niet voor een conservatieve strategie. Aangezien het lot van de gloeilamp bezegeld leek, besloot het concern de regie over de lichttransformatie naar zich toe te trekken en zelfs te versnellen.

Ingeperkt

Philips startte eind 2006 een campagne om de ‘energievretende’ gloeilamp uit te bannen. Achter de schermen kwam een grote lobby op gang en in de publieke ruimte ging de multinational een gelegenheidsverbond aan met milieuorganisaties. De tijd was er rijp voor, want de documentaire ‘An inconvenient truth’ van Al Gore had overal ter wereld indruk gemaakt.

In thuisbasis Nederland had Philips het eerst succes. Begin 2007 nam de Tweede Kamer een motie aan waarin het kabinet werd opgeroepen zich in Europa in te spannen om de gloeilamp te verbieden. Daarna ging de EU makkelijk om. Ondanks protest dat alternatieven niet overtuigden, met in Nederland nota bene het keurige Elsevier voorop, stemde Brussel eind 2008 in met een verbod.

Een jaar later werd de honderd watt gloeilamp verboden, in september 2012 was productie en import van alle peertjes in Europa illegaal. De Verenigde Staten gingen over tot vergelijkbare maatregelen, al verzette de Nieuwe Wereld zich veel heviger tegen dergelijk gloeilampsocialisme. Fabrikanten boden hun lampen gewoon aan in wattages die niet expliciet waren verboden, of anders als verwarming die toevallig ook licht gaf. Inmiddels hebben bijna de hele westerse wereld, India, China en een handvol andere landen op een of andere manier het gebruik van de gloeilamp ingeperkt, of zijn dat van plan te doen.

Licht-als-dienst

Mede dankzij snelle prestatieverbeteringen en dalende prijzen heeft de ledlamp daarna snel gewonnen aan populariteit. Volgens marktonderzoeker LED Inside neemt vastestofverlichting dit jaar ongeveer dertig procent van de omzet in de verlichtingsmarkt voor haar rekening. Collega Wintergreen Research voorspelt dat de verkoop de komende jaren gemiddeld 45 procent per jaar zal groeien, zodat de ledlampmarkt in 2020 ruim 63 miljard dollar waard zal blijken, of zo’n tachtig procent van de lichtmarkt als geheel.

Met deze wenkende perspectieven lijkt het vreemd dat Philips de lichtmarkt verlaat. Ledcomponententak Lumileds wordt verkocht en Lighting gaat als zelfstandig, waarschijnlijk beursgenoteerd, bedrijf verder.

Deze manoeuvre is te begrijpen uit een belangrijk verschil tussen de wet van Haitz en die van Moore: de eerste heeft een veel beperktere houdbaarheid. De wet van Moore ontsloot iedere paar generaties grote nieuwe toepassingen die de vraag op gang hielden – van pc naar mobieltje naar het internet der dingen. Leds daarentegen zijn op een gegeven moment ‘goed genoeg’, waarna het niet meer loont om een nieuwe generatie te ontwikkelen.

De ledmarkt heeft zich opmerkelijk snel naar zo’n voldoende verfijnd niveau ontwikkeld dat alles om de prijs draait. De transitie heeft bovendien veel nieuwe, vooral Aziatische spelers een kans gegeven de markt te betreden, en de arena is dan ook lang niet zo overzichtelijk als ten tijde van de gloeilamp. Philips’ marges alsook omzet in licht zijn dientengevolge teruggelopen. ‘Philips heeft bijna geen concurrentievoordeel op de Aziatische productiesector’, constateert Digitimes Research.

Geen wonder dus dat Philips van zijn ledcomponententak Lumileds (oorspronkelijk een joint venture met HP-spin-off Agilent) af wil ruim voordat de ledrevolutie is voltooid. En geen wonder ook dat Philips in plaats van de gedoodverfde private-equityfondsen koos voor Go Scale Capital, een partij bij uitstek die de mogelijkheden van China voor Lumileds kan ontsluiten. En geen wonder, ten slotte, dat Lighting geen zonnige toekomst meer ziet in de verkoop van losse peertjes. Met digitale verlichting en licht-als-dienst zoekt het business op met hogere marges.