Inewit brengt video over internet in de huiskamer

Reading time: 7 minutes

Author:

Het Mechelse technologiebedrijf Inewit brengt in januari 2007 een toestel op de markt waarmee je van om het even waar draadloos live videobeelden kan doorsturen naar een standaard gsm, pc of PDA. Deze Mobile Video Streamer is eenvoudig te gebruiken en herbergt tegelijk de kracht en flexibiliteit van een pc. Philips zette het in zijn lijst met de tien meest vernieuwende producten ter wereld.

Inewit-CEO Koen Faes en -CTO Paul Mortelmans liepen twee jaar geleden met dezelfde vraag rond: ’Kunnen we voor problemen van vandaag in videostreaming oplossingen vinden met draadloze technologie van vandaag?‘ Ze hadden allebei ideeën om beelden draadloos te verzenden. Ze hadden een apparaat voor ogen dat je in de winkel kunt kopen en die direct uit de doos klaar is om te werken met een eenvoudige besturing via je mobieltje, zonder nog allerlei apparatuur of software te installeren.

’Paul en ik hadden voor we met Inewit begonnen al af en toe indirect met elkaar te maken gehad‘, vertelt Faes. ’Via een gemeenschappelijke kennis zijn wij op een dag terug bij elkaar gekomen en praatten wij over het idee om beelden draadloos te verzenden. Ik heb dat direct heel commercieel uitgedacht en uitgewerkt en ik ging praten met wie ik zag als potentiële klanten voor zoiets, zoals beveiligingsbedrijven en specialisten in mobiele communicatie.‘ Ze hadden zo al vlug het concept van een klein autonoom toestel dat krachtig genoeg is om beelden te verzenden. Inewit legde de lat hoog: het toestel moest beelden kunnen versturen naar een standaard gsm. ’Als je dat kunt, dan is versturen naar een PDA of pc een peulenschil‘, aldus Faes.

Aanvankelijk werkten Faes en Mortelmans met hun tweeën aan de Mobile Video Streamer, op eigen kracht en met eigen geld. Ze ontwikkelden een prototype en toetsten bij potentiële klanten of ze het interessant vonden. Ze vroegen hen constant wat er nog beter moest en werkten daarna hun prototype bij. ’We hebben een drietal prototypes zelf ontwikkeld in een leegstaand bureautje van Pauls softwarebedrijf‘, zegt Faes. ’Op een gegeven moment hadden we bewezen dat we een product hadden en dat er interesse was in de markt. Ik ben toen naar de financiële wereld gestapt en heb naar geld gezocht. Een risico-investeerder heeft besloten om mee te doen en ook het Vlaams innovatiefonds is in Inewit gestapt.‘

Inewit is nu aan het produceren en zet in het eerste kwartaal van 2007 meer dan 10 duizend toestellen op de markt. Faes: ’In België lanceert een van de grootste mobiele operatoren bijvoorbeeld volgend jaar onze Mobile Video Streamer in hun winkels onder hun eigen merknaam.‘

’De uitdaging was om ons concept tot een werkbaar product te krijgen‘, vertelt Mortelmans. ’We hebben allerlei oplossingen geprobeerd. In het begin probeerden we bijvoorbeeld zo veel mogelijk open-source toepassingen te gebruiken. Voor de streamingserver probeerden we Darwin uit, maar dit was heel complex om aan te passen en vroeg te veel rekenkracht van de processor. We hebben daarom besloten zelf een streamingserver te schrijven.‘ Een andere uitdaging was de benodigde kennis. Volgens Mortelmans is er heel weinig ervaring op de markt te koop die alle componenten die ze gebruiken integreert in een embedded systeem.

Linux

De Mechelaren hebben onderzocht in hoeverre er componenten bestaan om hun idee technisch te realiseren. Mortelmans: ’Heel wat embedded systemen groeien vanuit de hardwarekant, maar wij zijn van nature softwaremensen. We schreven software en zochten daarna naar een hardwareplatform om de software op te draaien.‘ Dat kan Inewit doen omdat het werkt met de nieuwste hardwaretechnologieën van vandaag. Zijn software hoeft niet meer te draaien op vijf jaar oude hardware. ’We hebben gewoon gekeken of er hardware op de markt is die krachtig genoeg is om heel wat taken in software uit te voeren. Zo gebeurt het coderen van gegevens op dit moment vaak nog in hardware, terwijl sommige processoren vandaag de dag sterk genoeg zijn om codecs in software uit te voeren. In die laatste processoren waren wij geïnteresseerd.‘

De Mobile Video Streamer is een Linux-computer waar onder meer een FTP-server, een mailserver, een streamingvideoserver en een webserver op zit. De camera neemt beelden die het systeem omzet naar een H.263-stroom. Het geluid van de microfoon wordt omgezet naar AMR-formaat. Beide gegevensstromen gaan via RTSP naar de webserver. Via je gsm kan je rechtstreeks aan de gegevens komen. Stilstaande beelden komen elk op een webpagina op de webserver. Videostreams kan je bekijken op de streamingvideoserver die de RTSP- en RTCP-protocollen gebruikt. ’We hopen dat we de Mobile Video Streamer zo goed aanslaat dat er een markt rond ontstaat om softwarediensten van andere partijen aan te kopen voor het apparaat‘, zegt Mortelmans. ’De hardware is er, we moeten nu enkel denken welke softwaretoepassingen we er kunnen opzetten.‘

Flexibiliteit

Inewit kiest resoluut voor het gebruik van standaarden zodat het bedrijf zo min mogelijk afhankelijk is van een specifiek platform. Mortelmans: ’We schrijven onze software volledig overdraagbaar in plain C. Daardoor hebben we veel vrijheid in de platformkeuze. We doen dit doelbewust omdat we zo veel mogelijk platformen willen gebruiken. Dit heeft bovendien als voordeel dat we onze software eenvoudig op standaard pc‘s kunnen ontwikkelen en testen.‘

Inewit heeft een maand of twee nagedacht over de architectuur van het project. ’We zijn ervan uitgegaan dat we heel modulair moesten werken in plaats van het apparaat onmiddellijk te ontwikkelen‘, benadrukt Mortelmans. ’Deze modulariteit hebben we niet alleen toegepast op hardwarevlak, maar ook in de tussenlaag en de softwaretoepassingen zelf. Dat heeft ons geen windeieren gelegd. We hebben nu een heleboel modules in ons portfolio voor onder meer communicatieprotocollen, contourdetectie en formaatconversie. Als wij de vraag krijgen om een specifieke toepassingen, hebben wij daar de modules voor.‘

Paul Mortelmans (l) en Koen Faes (r) ontwikkelden de eerste prototypes van hun toestel op eigen kracht en met eigen geld.

De Mechelaren integreren de modules op hoog niveau: ze kiezen niet voor productspecifieke Api‘s maar voor standaarden. ’Hierdoor kunnen we onze software gemakkelijk porten naar andere platforms en hebben we meer keuzevrijheid‘, zegt Mortelmans zichtbaar tevreden. ’Omwille van de portabiliteit integreren we enkel op het niveau van standaarden. Daardoor kunnen we binnen de week overstappen naar een ander hardwareplatform. We hebben dat ook een aantal keren kunnen doen. Zo hebben wij voor Punch Telematix, dat boordcomputers voor auto‘s maakt, onze toepassing naar hun computerplatform gepoort. Zij kunnen nu op hun boordcomputer video doorsturen. Terwijl zo‘n toevoeging van functionaliteit vroeger extra dure hardware vereisten, is ons product een eenvoudige software-add-on op hun hardware.‘

Op een bepaald moment moést Inewit zelfs van platform veranderen. Toen werd het voordeel van zijn aanpak pas duidelijk. In de eerste fase werkte het bedrijf samen met Philips voor het hardwareplatform. Philips had een platform in hun lab liggen, maar ze hadden er niet onmiddellijk een toepassing voor. Voor de Mechelse software was het platform aanvankelijk heel geschikt, maar toen Philips hen liet weten dat ze het platform niet meer konden ondersteunen, waren ze wel verplicht om zelf met een oplossing voor de dag te komen.

’Als we op dat moment niet onze modulaire en overdraagbare architectuur hadden, hadden we ons bedrijf kunnen opdoeken‘, zegt Mortelmans. ’We hadden het nieuws van Philips echter al vroeger in de wandelgangen vernomen en rond 15 augustus konden we zo al een alternatief circuit bewandelen.‘ Inewit ging bij verschillende bedrijven langs en vroeg hen wat voor platform zij konden ontwikkelen, tegen welke prijs en met welke doorlooptijd. De meeste bedrijven hadden geen tijd of stelden een doorlooptijd van een jaar voor. ’Dat konden we ons niet permitteren‘, aldus Mortelmans. ’We hadden al deals getekend met grote operatoren, onder meer in Dubai en Zuid-Afrika. We hebben dan beslist om zelf de hardware te ontwikkelen.‘ Vier maanden later had Inewit zijn eigen bordje met processor, geheugen, connectoren voor de Option-modems, een simkaart en interfaces voor camera- en andere modules.

McDonald‘s

De technologie van Inewit is ook geschikt voor andere toepassingen zoals domotica, media en entertainment, en security en surveillance. Het bedrijf werkt al aan een aantal andere applicaties. Mortelmans geeft een voorbeeld: ’Neem de schermen met publiciteit in de McDonald‘s. Stel dat je twee displays in Mechelen hebt geplaatst en twee in Lier. Op de verschillende schermen kan de publiciteit hetzelfde zijn of juist specifiek voor de locatie. Vandaag loopt dat allemaal via een centraal mediasysteem met kabels naar de verschillende schermen. Wil je een scherm verplaatsen, dan moet je die kabels opnieuw trekken en nieuwe gaten in de muren boren. Wij maken van elk scherm intelligent door er een doosje aan te hangen met lokale opslag en een WLan-verbinding. Op elke locatie plaatsen we bovendien een WLan-host. De centrale zoekt draadloos toegang met de verschillende hosts en kan zo de verschillende schermen aansturen. We kunnen ook in de andere richting logbestanden terugsturen. Dit werkt allemaal via het IP-protocol en de apparaatjes zijn intelligent, dus we kunnen hier heel wat ideeën mee uitwerken.‘

Een tweede spin-offproject zijn de Mechelaren aan het toepassen in Nederlandse bussen. In de bus staan twee tot zes camera‘s met lokale beeldopslag. Als een passagier de paniekknop indrukt, verzamelt het systeem informatie van zestig seconden voor de druk op de knop en driehonderd seconden erna. Deze gegevens gaan via 3G naar de centrale server. Mortelmans denkt aan verdere uitbreidingen: ’Als een buspassagier de paniekknop indrukt, kunnen we ervoor zorgen dat de beelden met de gps-coördinaten van de bus worden doorgestuurd naar een centrale. Die kan dan kijken welke politiepatrouille in de buurt is. We kunnen dat beeld automatisch naar de politiewagen of de gsm van de politie te voet doorsturen.‘