Analyse

In zeldzame-aardenkwestie heeft westen boter op het hoofd

Paul van Gerven
Leestijd: 2 minuten

’Het Midden-Oosten heeft olie, China heeft zeldzame aardmetalen‘, schijnt de inmiddels overleden Chinese partijleider Deng Xiaoping eens te hebben gezegd. Hij heeft gelijk gekregen, afgaande althans op het gekrakeel van de laatste tijd. Daarin geldt China immers als een monopolist die zijn machtspositie misbruikt door de export van de technologisch belangrijke elementen af te knijpen. De vergelijking met de eerste oliecrisis, toen het Midden-Oosten met de spierballen rolde, is gauw gemaakt.

Het lijdt weinig twijfel dat het zelfvertrouwen van China sinds de crisis is toegenomen. Het land kwam zonder kleerscheuren de recessie door, passeerde Japan als op een na grootste economie ter wereld en loopt de achterstand op de Verenigde Staten met zevenmijlslaarzen in. Het gegroeide zelfbewustzijn toont zich niet altijd van zijn vriendelijkste kant, zoals het diplomatieke conflict met Japan over een paar onbewoonde eilandjes laat zien, maar de westerse beschuldigingen van machtsmisbruik aan het adres van China gaan te ver.

Inderdaad heeft China de facto een monopolie op zeldzame aardmetalen, maar dat had niet zo hoeven zijn. Naar schatting bevindt zich slechts een derde tot de helft van de bekende voorraden binnen Chinese grenzen. Er is dus geen enkel beletsel om elders ook mijnoperaties te runnen. In het verleden waren die er ook, maar ze zijn allemaal gesloten. Prijsdruk was daarvan de belangrijkste oorzaak; de meeste landen zagen de buitengewoon vervuilende industrie echter maar wat graag naar China vertrekken.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one and enjoy all the benefits.

Login

Related content