Redactioneel

Geen garanties

René Raaijmakers
Leestijd: 3 minuten

Het is niet moeilijk te raden waar Philips Semiconductors zijn nieuwe joint ven¬ture-chipfabriek zal neerzetten: in Azië. Daar zijn waferfabs al winstgevend als ze meer dan de helft zijn gevuld. Som¬mige Taiwanese superfabs lukt het zelfs bij 45 procent. Ajit Manocha, die bij Semi over de pro­ductie gaat, liet op de afgelopen analis­tenbijeenkomst in Amsterdam een staaf­diagram zien dat een zeldzaam kijkje gaf in zijn keuken. In het histogram was de bezetting en het break-evenpunt uitge­zet voor de fabriek van Philips in Nijme­gen. In 2003 had deze fab een bezetting van 74 procent, maar om break-even te draaien was in dat jaar een bezetting no­dig van maar liefst 87 procent. U leest dit goed: 87 procent.

Met drastische maatregelen is dit nu aan het verbeteren. In 2004 zakte het koste­nevenwichtspunt naar 84 procent. Dat betekende in 2004 weer winst, want de bezetting in Nijmegen was 87 procent. Dit jaar is de verwachte bezetting min­der, 79 procent, maar met een verwachte break-even van 78 procent zit er net een procentje winst in.

Manocha‘s doel is kostenevenwicht on­der de 60 procent. Daarmee zouden Phi­lips‘ fabs in Europa en de VS voldoende rendabel zijn – ze zijn immers niet hele­maal te vergelijken met de Aziatische 300 mm-megafabs. ’Op 60 procent zou ik heel trots zijn‘, zei Manocha.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one and enjoy all the benefits.

Login

Related content