Opinie

Evolutie en geloof

Eric Leenman is senior interim-professional bij Yacht Embedded Systems.

Leestijd: 3 minuten

In de FPGA-markt hebben bedrijven de afgelopen dertig jaar een concurrentieslag gevoerd. Door steeds nieuwe features toe te voegen en goed te luisteren naar de klant hebben ze met hun componenten het principe van Darwins survival of the fittest toegepast. Sinds de jaren tachtig zijn diverse FPGA-bedrijven uitgestorven en hebben de grootste overgebleven partijen Xilinx, Altera, Lattice en Actel/Microsemi de wereld veroverd.

Een belangrijke kracht in deze overlevingsstrijd is het gemak van de geleverde FPGA-features. Met bijgeleverde tools genereer je zo een PCI Express- of DDR3-interface. En op een ontwikkelkit werkt het vaak out of the box. Dit helpt de klant enorm bij de ontwikkeling en projectplanning. Maar een neveneffect is dat bedrijven in een vendor lock-in terechtkomen bij hun FPGA-leverancier.

Door dit mechanisme stopt het natuurlijke-selectieproces bij een bedrijf. Als bedrijven of ontwikkelaars eenmaal hebben gekozen voor een FPGA-fabrikant, werken ze nooit meer met een FPGA van een concurrerend merk. Het is bijna een religieuze overtuiging om bij die eerste keuze te blijven. ’We doen al jaren FPGA-designs met deze leverancier.‘ ’Waarom?‘, vraag ik dan. Los van ’Dit is echt de allerbeste FPGA-leverancier‘ blijken angst voor nieuwe tooling, geen zin om aanpassingen in bestaande designs door te voeren, extra kosten en onbekendheid met andere FPGA-types meestal de boosdoener.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one and enjoy all the benefits.

Login

Related content