‘Er zijn meer begeleiders dan technostarters zelf’

Reading time: 11 minutes

Author:

Denk eerst na over wat je wilt en kom tot een productoplossing voordat je het op de markt brengt. Duik juist de markt in zodra je een idee hebt, je kunt niet snel genoeg verkopen. Niet alle begeleiders van technostarters zijn het met elkaar eens over hoe de beginnende ondernemer zijn product moet lanceren, maar de verschillende visies geven wel aan dat er meerdere deuren zijn voor aanstormend technisch ondernemerstalent om bij aan te kloppen. De TU Delft, de TU Eindhoven, Vision Dynamics en Yes!Delft zien dat de net afgestudeerden meer dan wie ook kennis hebben van de nieuwste technologieën.

In 2000 tekenden de Europese lidstaten het Lissabon-akkoord, waarin de doelstelling vooropstaat dat tegen 2010 de EU de meest competitieve en dynamische kenniseconomie ter wereld moet zijn. In Europa leverden universiteiten het gewenste kennisniveau, maar economische initiatieven liepen achter. Om dat aan te pakken en gehoor te geven aan politieke richtlijnen, besloten de gemeente Delft en plaatselijke technische universiteit de handen ineen te slaan om jonge bedrijven een duwtje in de rug te geven. Yes!Delft was geboren.

Blijf niet te veel bij jezelf hangen, maar ga met mensen in de markt praten. Vraag hun of het product de goede kant op ontwikkelt. Wees niet al te bang dat er iemand met je product vandoor gaat, want wie niet kan delen, kan ook niet vermenigvuldigen. Deze goede adviezen voor jonge ondernemers komen allemaal uit de mond van Job Nijs, businessmanager van Yes!Delft. ’Denk niet dat je alles zelf kunt, goede ondernemers weten ook waar ze minder goed in zijn. Zoek zoveel mogelijk ondersteuning‘, vat hij samen.

’Nepopdrachten zijn zonde van de inspanning van studenten, maar ook een gemiste kans omdat er geen bedrijf van profiteert‘, meent Bart de Jong van het Eindhovense Innovation Lab.

Samenwerken met de universiteit

Yes!Delft stimuleert ondernemende jonge technici op talloze manieren. Nijs legt uit: ’We brengen ondernemerschap onder de aandacht van medewerkers en studenten in het onderwijs, zodat aspirant-ondernemers zich alvast kunnen oriënteren. Een incubator in een bedrijfsverzamelgebouw op de campus zorgt voor kennis- en ervaringsdeling tussen bedrijven. Hier kunnen jonge ondernemers gratis gebruikmaken van faciliteiten, printers, de vergaderruimte, keuken en de grote ruimte voor presentaties of borrels. En ook op de universiteit zelf staan faciliteiten als de windtunnel of werkplaats tot hun beschikking. Dat scheelt aanzienlijk in de kosten.‘ Het bedrijfsverzamelgebouw toont de sterke band met het bedrijfsleven. Die is onmisbaar volgens de Yes!Delft-hoofdman: ’Alle Nobelprijzen zijn binnengehaald met projecten die het bedrijfsleven als achterban hadden.‘

Yes!Delft regelt ook speciale leningen, die bestaan uit 12 duizend euro per ondernemer om de eerste stappen te faciliteren. De TU betaalt de rente en na drie jaar begint de ondernemer aan het terugbetalen in termijnen. Het stimuleringsplatform verzorgt coaching in de vorm van ontwikkel- en ondernemerschapsprogramma‘s, waarbij ondernemers kunnen deelnemen aan intervisiegroepen, klasjes voor ondernemers die gezamenlijk problemen bespreken en workshops in onderhandelen, projectmanagement, netwerken en in andere zaken waar de gemiddelde techneut van nature minder affiniteit mee heeft. En alsof dat nog niet genoeg is, helpt Yes!Delft tevens bij het netwerken: het onderhoudt nauwe banden met gespecialiseerde dienstverleners zoals advocaten en notarissen en brengt de aspirant-ondernemers met hen in contact. ’Dit alles is een aardig duwtje in de rug en in de goede richting, lijkt me‘, aldus Nijs.

Om voor het begeleidingsprogramma in aanmerking te komen, moet de jonge ondernemer wel aan verschillende voorwaarden voldoen. Nijs: ’Hij of zij moet een echte technostarter zijn, moet een product hebben waar een patent achter zit en dat concurrentievoordeel heeft, maar misschien wel het belangrijkste is dat de ondernemer bij de verkoop van zijn product wil samenwerken met de universiteit. Iemand die een designbureau wil opstarten, moet dat zonder onze hulp proberen.‘

Yes!Delft verbetert vooral bestaande technologie. Nijs: ’Luchthavens overtreden de Arbo-wet bij automatische bagageafhandeling door te zware koffers. Maar bedrijven zoals deze vliegvelden hebben vaak problemen om echte innovatie door de bureaucratie te krijgen. Wij geven jonge ondernemers de tijd en ruimte om zich over deze problemen te buigen. Een voorbeeld van een succesvol bedrijf dat hier nog in de incubator zit, is Senz Umbrellas, dat een paraplu produceert die op windkracht 10 niet omklapt. Een half jaar geleden is het product op de markt gekomen en het sloeg meteen aan omdat het een eenvoudig concept is. Veel bedrijven zijn nog jong, maar zijn wel de bron van vernieuwing.‘

Ondernemingsdromen

De TU Eindhoven blijft niet achter bij zijn maatje in Delft en doet er ook alles aan om zijn technici wegwijs te maken in de ondernemerswereld. Bart de Jong, coördinator starters op het Innovation Lab van de TU Eindhoven: ’Wij zijn vorig jaar met het bedrijf Vision Dynamics aan een project begonnen dat ondernemerschap moet aanwakkeren bij studenten. We zetten studenten in om een businessplan te schrijven voor de ideeën die bij bedrijven leven. Op dit moment zijn er elf groepen aan het werk bij bedrijven.‘

’Het laatste wat je nodig hebt, is een marketingexpert of bedrijfskundige‘, aldus Hugo de Haan van Vision Dynamics.

’Anderzijds zijn we met Vision Dynamics een traject aan het opzetten dat vaardigheidstrainingen biedt voor mensen in het bedrijfsleven, onderzoekers en werknemers binnen de universiteit of promovendi die aan de hand van hun ervaringen een eigen bedrijf willen oprichten. Het heet High-tech Entrepreneurship Learning Program (Help) en moet in het najaar vaste vorm hebben. De vaardigheidstrainingen geven inzicht in hoe een meer technisch gerichte ondernemer problemen in de praktijk het beste kan aanpakken. Een pure techneut heeft vaak helemaal geen ondernemersbagage, maar kan beter van alle markten enigszins thuis zijn naast het hebben van een eigen specialisatiegebied.‘

Het uitbesteden van studenten aan een bedrijf als Vision Dynamics heeft een aantal flinke voordelen. De Jong: ’Nepopdrachten zijn zonde van de inspanning van studenten, maar ook een gemiste kans omdat er geen bedrijf van profiteert. Wij verwachten van de studenten dat zij er flink wat tijd in steken, zo‘n 140 tot 160 uur. Maar ook dat ze uitgebreid met de ondernemer en met de mensen om hem heen contact hebben en een heuse roadmap voor de komende jaren opzetten. Niet alle studenten die het vak Ondernemersschap volgen, starten later een onderneming. Toch krijgt bijna ieder van hen er mee te maken. Zij zullen later veelal leidinggevende functies krijgen binnen bedrijven, waar veel vraag is naar entrepreneurship. Dit zijn feitelijk ook ondernemersplannen, maar dan op kleinere schaal.‘

De Jong denkt dat er voldoende begeleiding is voor technici met ondernemingsdromen: ’We zijn een heel eind op weg. Als je nu ziet hoeveel mensen er aan die technostarters trekken, lijkt het soms alsof er meer mensen rond de technostarters hangen dan dat er technostarters zijn. Afgestudeerde technici met een droom kunnen naar het Innovation Lab komen. Samen met de Bom, Fontys Hogeschool, Philips, Rabobank, Rede, Syntens en TNO hebben we een paar jaar geleden het initiatief Incubator3+ gestart, dat uitstekende begeleidingsfaciliteiten biedt aan innovatieve technostarters uit de regio op het gebied van netwerk, financiën, huisvesting en coaching.‘

Tot in perfectie ontwikkelen

Yes!Delft besteedt veel aandacht aan de sociale vaardigheden van ondernemers. Nijs: ’De gemiddelde ingenieur is niet de beste verkoper. Wij vragen ondernemers goed na te denken over waar hun kwaliteiten wel en niet liggen. Daarna laten we mensen in gemengde teams werken. Zo‘n gemengd team bestaat uit mensen met verschillende achtergronden. Hierdoor komen technici en verkopers soms voor het eerst samen.‘ Nijs benadrukt de kracht van de combinatie commercie-techniek: ’Technologie alleen is nooit de drijfveer van succes, want technologie kan niet overleven zonder commercie. Neem de videobusiness. Videobanden en recorders waren op zich niet van uitzonderlijke technische kwaliteit, maar werden wel een succes. Onder technici heerst nog vaak het beeld dat verkopers dom zijn, maar dat klopt niet.‘

Yes!Delft begeleidt niet alleen afgestudeerden, maar zorgt ook voor synergie tussen vakgebieden door studenten met verschillende achtergronden van verschillende universiteiten te laten samenwerken aan businessplannen. Nijs: ’De Rotterdamse marketingstudenten denken in het begin: ’Die puisterige techneuten in Delft zijn suf.‘ En technici kijken neer op die ’domme‘ verkopers uit de Randstad. Maar de jongelui komen erachter dat die beelden niet kloppen met de werkelijkheid zodra ze met elkaar kennis hebben gemaakt. Dan blijkt ook keer op keer dat de gemakzucht bij de verkopers, die soms denken dat ze alle gegevens wel even aan elkaar zullen praten, een goed tegenwicht biedt voor de Delftse degelijkheid van vijf cijfers achter de komma.‘ De businessmanager vindt dat de universiteiten dit soort kennismakingen en samenwerking in de toekomst moeten uitbreiden.

Hugo de Haan van Vision Dynamics richt zich met de begeleiding van zijn jonge ondernemers minder op gemengde groepjes zoals Yes!Delft doet. De nadruk ligt sterk op het bedenken en tot in perfectie ontwikkelen van een product voordat de ondernemer het op de markt gooit. ’Het laatste wat je nodig hebt, is een marketingexpert of bedrijfskundige. Je moet als techneut eerst de oplossing bedenken en pas als het product af is, nadenken over hoe je het op de markt wilt brengen. Zonder oplossing heb je niets om naar de markt te brengen. Er zijn verschillende scholen die dit principe stimuleren, zoals de scholen voor entrepreneurship in Boston en het Zweedse Linköping. Ook hier werken alleen maar technici.‘

De jonge ondernemers bij Vision Dynamics werken een paar jaar in de BV‘s Hosting, Mechaphysics, Optics en Optronics die Vision Dynamics herbergt en verdienen daar geld mee. Een groot deel van dat geld zet het bedrijf voor hen opzij. ’Jonge ondernemers zijn hier in dienst en wij leiden hen multitechnisch op. ‘s Avonds moeten ze nadenken over wat ze met het gespaarde geld willen doen, wat voor soort bv‘tje ze willen oprichten‘, verklaart De Haan. Vision Dynamics stimuleert de oprichting van twee bv‘tjes per jaar. ’Op een jaarlijkse zeilboottocht mogen de ondernemers in spe hun bv‘tje bekendmaken.‘

Broertje dood aan de markt

Bij de ontwikkeling van het product zoeken De Haans ondernemers geen feedback in de markt, ze sluiten zich af van de buitenwereld om te brainstormen. ’Tijdens de introductiecursus zetten we de jonge ondernemers in een tentje hier in het pand. Vervolgens komt er een juffrouw uit de thuiszorg met het verhaal dat de steunkousen niet goed genoeg zijn. Aan het einde van de week komt ze terug en dan is het aan de fysicus, chemicus en werktuigbouwkundige om een oplossing voor het probleem te hebben.‘

Nijs is het niet eens met deze manier van productontwikkeling: ’Het is een typische valkuil om een product naar de markt te brengen dat voor 100 procent doorontwikkeld is. Het is beter om de markt erbij te betrekken. Je kunt het product dan beter afstemmen op de behoefte van de klant. Hoe eerder je een product naar de markt brengt, hoe liever. Ik zeg niet dat je de ontwikkelfase maar moet negeren, maar ontwikkelen en het product in de markt zetten lopen parallel aan elkaar. Een product is pas succesvol als er vraag naar is. Daarom verbeteren wij vaak bestaande technologieën. Maar ook houden wij goed contact met de afnemers tijdens de productontwikkeling. Je hebt niets aan een nauwkeurigheid van vijf cijfers achter de komma als de afnemer het product maar niets vindt.‘

’Het is een typische valkuil om een product naar de markt te brengen dat voor 100 procent doorontwikkeld is‘, bekritiseert Job Nijs van Yes!Delft de aanpak van Vision Dynamics. ’Het is beter om de markt erbij te betrekken.‘

Vision Dynamics zoekt ook naar de marktvraag, zoals het de ondernemers in spe tijdens hun introductieweek liet werken aan een oplossing voor steunkousen. De Haan verwoordt het echter anders. Eigenlijk heeft hij een broertje dood aan de markt: ’Als de markt naar links gaat, gaan wij naar rechts, zodat we geen concurrentie hebben. Een gezonde vorm van recalcitrantie. Bij ons laten mensen zich niet opvoeden.‘

’Bij ons bedrijf komen afgestudeerden terecht die bij een ASML of Océ zijn afgewezen om verschillende redenen, of mensen die een goed netwerk hebben of vrienden hebben die hier werken.‘ Vision Dynamics beoordeelt sollicitanten niet op uiterlijk en houdt er een directe benadering van nieuw talent op na. De Haan: ’Als hier een jongen aankomt met een staart die om zijn uiterlijk is afgewezen door een of andere manager op een P&O-afdeling, dan nemen wij hem aan. Wij hebben hier geen managers, alleen technici die dolgraag aan de slag willen. Je moet mensen met een afwijkend uiterlijk niet afzeiken maar koesteren. Zij zoeken een plek die hen opvangt in plaats van manipuleert.‘De Haan heeft hier ook een meer filosofische beschrijving voor: ’Je hebt twee type reizigers: reizigers en trekkers. Reizigers gaan gewoon van A naar B. Trekkers zijn ontdekkingsreizigers, ondernemende mensen. En dat zijn precies de mensen met wie wij graag zakendoen en werken.‘