Engineeren tegen het stigma

Reading time: 7 minutes

Author:

Veel mensen zouden gebaat zijn bij een beetje versterking van hun gehoor, maar gehoorapparaten hebben over het algemeen niet een al te best imago. Het Amsterdamse Exsilent probeert dat op te lossen – niet alleen via techniek, maar ook via de marktpositionering.

Afrekenen met het imagoprobleem van gehoorapparaten: dat idee vormde in 2005 de basis voor de oprichting van het Amsterdamse Exsilent. Want de stap naar de audicien blijkt erg groot voor mensen met slechts mild gehoorverlies. Het idee om een hoorapparaat te dragen, dat spreekt maar weinigen aan. ‘Mensen vinden dat ze niet ziek of oud zijn. Zeventig tot tachtig procent van de mensen die baat hebben bij een hoortoestel heeft er geen’, stelt Exsilent-CEO Erik Altena.

Exsilent werd opgericht door een drietal ondernemers. Met name audio-engineer Aeldrik Pander, die nog steeds bij het bedrijf werkt, had een aantal ideeën over hoe het beter kon. ‘Hij heeft sonologie gestudeerd aan het conservatorium en later onder meer bij het Fraunhofer-instituut in Duitsland gewerkt als onderzoeker en audiosoftware-engineer. Daaruit is eigenlijk Exsilent ontstaan. Gewoon iemand die met een frisse blik naar de wereld keek en vroeg waar we nou eigenlijk met zijn allen naartoe willen’, vertelt Altena.

Negen jaar na de oprichting ligt het bedrijf op koers om zijn visie waar te maken. Het heeft niet alleen nieuwe concepten bedacht om de toestellen vorm te geven, maar ook om ze in de markt te zetten. Gehoorapparaten voor matig tot gemiddeld gehoorverlies, veruit de meerderheid van de toestellen, bestaan uit drie onderdelen. Het eerste is een microfoon of set microfoons om het omgevingsgeluid op te vangen. Dit wordt doorgestuurd naar een elektronisch circuit, het tweede deel. Het gehoorverlies verschilt doorgaans per frequentiegebied en de elektronica versterkt het gedeelte van het spectrum waar dat noodzakelijk is. Dit stelt de audicien na een meting in. Daarnaast zorgt het elektronisch circuit voor onderdrukking van achtergrondfluit of filtering van ruis. Het derde deel is een speakertje om het bewerkte geluid af te spelen in het oor – in gehoortoesteljargon verwarrend aangeduid met de term receiver.

Traditioneel wordt dit alles verwerkt in een behuizing die geheel achter het oor wordt geplaatst: het behind the ear-toestel (BTE). Alleen een dun slangetje gaat het oor in om het versterkte geluid naar binnen te leiden. Een alternatief is receiver-in-canal (Ric), waarbij het speakertje in de gehoorgang wordt geplaatst en via een kabeltje verbonden is met het toestel achter het oor.

Soort schuim

Legio startpunten voor verbetering, vonden de Exsilent-oprichters. Ten eerste is er de locatie van het toestel. Veel mensen vinden het niet fijn als het apparaat buiten het oor duidelijk te zien is. Maar dat is niet het enige nadeel: het oor lijkt simpel, maar de natuurlijke vorm van de oorschelp in combinatie met de gehoorgang vormen een uitgekiend systeem dat het geluid voorbewerkt en filtert voordat het bij het trommelvlies komt. Dit vlies ligt beschermd tegen windruis of haren die langs het oor strijken en de oorschelpen laten voornamelijk geluid uit de juiste richting toe. Een microfoon achter het oor mist deze natuurlijke voordelen van de oorschelp.

De oorschelpen zijn zo gevormd dat ze geluid uit de relevante richtingen selecteren en storende geluiden onderdrukken. Dat systeem probeert Exsilent zo veel mogelijk te gebruiken.

De traditionele toestellen pakken dit probleem aan met geavanceerde signaalbewerking in de elektronica. Ruis en geluiden van haren die over de microfoon bewegen, worden weggefilterd, en door het gebruik van meerdere microfoons kan geluidsrichting worden gedetecteerd en onderdrukt of versterkt. ‘Maar met filteren haal je uiteindelijk steeds meer van het natuurlijke signaal weg’, zegt Altena. ‘En als je geluid uit een bepaalde richting versterkt, gaat er ook heel veel signaalverwerking overheen waardoor het ook weer minder natuurlijk wordt.’

Daarnaast wilde Exsilent niet met maatstukjes werken om het geluid goed in het oor te krijgen. ‘Er moet dan een soort schuim in de gehoorgang worden gespoten om de vorm te bepalen, dat wordt naar een laboratorium gestuurd en pas als het maatstukje ongeveer een week later klaar is, kan het hoortoestel worden gebruikt. Maar het is een hele stap om bij een audicien binnen te lopen, dus dan is er ook het momentum om een gehoorapparaat te gaan gebruiken’, aldus Altena. ‘Bovendien moeten mensen nog wel een paar keer terugkomen om die stukjes te laten bijvijlen totdat ze goed zitten. En het gehoorkanaal verandert ook in de loop der tijd terwijl je een hoortoestel gemiddeld voor vijf jaar koopt.’

Siliconen huls

De Exsilent-oprichters hadden dus een duidelijk doel voor ogen: een toestel dat volledig in het gehoorkanaal verdwijnt (completely-in-canal, CIC), onzichtbaar en gebruikmakend van het natuurlijke audiosysteem, en dat bovendien direct past. Er moest dus een flinke miniaturisatieslag gemaakt worden op de elektronica. Bovendien werd het energiebudget een stuk kleiner, want ook de batterij moet in het oor passen.

Maar er is ook een fundamenteel probleem: wanneer de microfoon te dicht bij de speaker is geplaatst, kan het geluid gaan ‘rondzingen’ en ontstaan harde fluittonen. Het ontwikkelen van algoritmes om dit verschijnsel te bestrijden, is dan ook al lang een speerpunt in de gehoortoestellenwereld. ‘Het ideale algoritme is nog altijd niet uitgevonden’, legt Altena uit. ‘Vergelijk het maar met het brandstofverbruik van een auto; het kan altijd beter.’ Maar juist bij een CIC-systeem zitten de luidspreker en microfoon dicht op elkaar, dus Exsilent moest hier vol op inzetten.

Daarnaast is het oor een agressieve omgeving voor elektronica. ‘Het is warm en vochtig en je hebt oorsmeer. Dat is superagressief. Het is eigenlijk een natuurlijke reactie van het oor om iets dat erin zit eruit te krijgen. Als dat in een receiver komt, gaat die uiteindelijk stuk’, weet Altena.

Een belangrijke stap werd gezet door het gebruik van een softdome: een standaard siliconen huls die in de meeste gehoorgangen past. Op dat moment waren net de eerste Ric-toestellen op de markt gekomen die dit principe gebruikten. Ook Exsilent zette hierop in voor zijn CIC-systeem.

Na vier jaar sleutelen lag er een marktrijpe oplossing die aan alle wensen voldeed: de Exsilent Q, het eerste CIC-toestel dat als instant fit-oplossing kon worden gebruikt met behulp van een standaard siliconen softdome. Door een slim ontwerp van deze huls wordt het oorsmeer weggeleid van het speakertje. Weliswaar zijn niet alle gehoorgangen even groot, maar met drie standaardmaten hulzen zijn alle gebruikers te bedienen.

Exsilent ontwikkelde een klein gehoorapparaatje dat volledig in de gehoorgang past. Standaard siliconen omhulsels zorgen voor de juiste pasvorm.

Althans, alle gebruikers bij wie het systeem past, want bij ongeveer de helft van de mensen zijn de CIC-apparaten simpelweg te groot voor hun gehoorgang. Voor die groep heeft Exsilent onlangs een alternatieve lijn ontwikkeld, de Ytango. Op het eerste gezicht lijkt dit een traditioneel toestel, maar schijn bedriegt. ‘Om dezelfde voordelen te kunnen bieden, hebben we het Maric-principe bedacht: microphone-and-receiver-in-canal. Daarmee maak je nog steeds gebruik van het natuurlijke oor, maar de elektronica en batterij worden achter het oor geplaatst’, verklaart Altena.

Door het iets grotere ruimtebudget – Ytango is nog steeds een stuk kleiner dan een regulier gehoorapparaat – kon Exsilent er nog een ontvangstoptie aan toevoegen: de telespoel. Dit is een systeem dat in veel theaters en kerken het signaal van het geluidssysteem uitzendt. ‘Gehoorapparaten kunnen hier heel vaak mee overweg. Er was ook veel vraag naar vanuit de markt’, zegt Altena. Van daaruit heeft zijn bedrijf in één moeite door een ketting ontwikkeld die Bluetooth-signalen omzet in een signaal voor de telespoel, zodat de Ytango ook aangesloten kan worden op een telefoon of mp3-speler.

Voor mensen met een smalle gehoorgang wilde Exsilent toch de microfoon in het gehoorkanaal hebben om mee te liften op het natuurlijke gehoor.

Gadget

Na de introductie van zijn eerste CIC-apparaat is Exsilent blijven doorwerken aan het ontwerp. Onder meer de vorm werd in latere generaties beter afgestemd op de gehoorgang en de elektronica werd uiteraard ook beter. Een belangrijke toevoeging is wat Altena Airtap noemt: ‘De eerste versie had een drukknopje om van programma te wisselen, maar de nieuwere versie herkent het als je op je oor tikt. Dat is veel makkelijker in gebruik en het scheelt ook enorm veel ruimte.’

Toen de techniek eenmaal op orde was, werd het tijd om het andere deel aan te pakken: de positionering. Een gehoorapparaat mag dan goed zijn vormgegeven, het blijft een gehoorapparaat. ‘Brochures voor hoortoestellen beginnen vaak met: ‘Bent u niet meer zo actief?’ Maar een van de dingen die we geleerd hebben uit focusgroepen is dat mensen niet betutteld willen worden.’

Daarom begon Exsilent vorig jaar te experimenteren met een andere manier om de toestellen in de markt te zetten: als consumentendevice dat gewoon via internet of over de toonbank bij de audicien te krijgen is. ‘We positioneren het meer als een juweel of een gadget dan een medisch hulpmiddel of een hoortoestel zoals een beige banaan achter het oor die fluit en alleen maar lastig is. We hebben onder meer in Haarlem en Maastricht gestaan om mensen hiermee kennis laten maken, en ze zijn vaak verbaasd dat een hoortoestel er zo mooi uit kan zien en zo klein kan zijn’, lacht Altena.

Hardwarematig zijn de apparaten hetzelfde als de CIC- en Maric-toestellen, maar softwarematig zijn deze Lite-versies heel anders. Ze zijn voorgeprogrammeerd met vier standaardprogramma’s voor veelvoorkomende situaties, met relatief lage versterking zodat ze direct aan de consument kunnen worden verkocht.

In Japan, waar Exsilent de strategie als eerste introduceerde, beginnen de verkopen van de consumentenversie al goed op stoom te komen. ‘Daar hebben we het afgelopen jaar ook een belangrijke prijs gewonnen voor het beste nieuwe hulpmiddel voor ouderen’, vertelt Altena. ‘Wij dachten eerst: ‘Nou, het zal wel’, maar onze distributeur vertelde dat het heel prestigieus is en dat we van de Samsungs en Sony’s en dergelijke hebben gewonnen.’ Vorig jaar zijn de Lite-toestellen ook in onder meer Nederland, Duitsland en de VS geïntroduceerd.

Het mes van deze strategie snijdt aan twee kanten. Een grote groep mensen met lichte gehoorbeschadiging kan adequaat worden geholpen zonder dat ze met het medische circuit te maken krijgen. Maar tegelijk biedt de consumentenaanpak een opstap naar dit circuit voor mensen die het wél nodig hebben. Helaas is het niet zo makkelijk dat de Lite-versie bij de audicien opgewaardeerd kan worden tot volwaardig hoortoestel. ‘Een Lite is geen medisch hulpmiddel en een hoortoestel wel. Die software hebben we dus echt dichtgetimmerd’, verduidelijkt Altena. Maar hij ziet genoeg technologieontwikkelingen die de drempel voor een hoortoestel steeds verder omlaag zullen brengen.