Redactioneel

Eckarts aantekeningen

René Raaijmakers is hoofdredacteur van Bits & Chips.

Leestijd: 3 minuten

Nadat Eckart Wintzen vanuit zijn flat in Rijswijk voor General Telephone een Nederlandse tak had opgezet en die vestiging binnen twee jaar was uitgegroeid tot een dozijn medewerkers, kreeg hij een telefoontje van zijn baas uit Brussel. Hij moest het spul verkopen of liquideren. Uiteindelijk kocht hij het zelf. Voor tien gulden. Wintzen doopte de boel om tot BSO (Bureau voor Systeem Ontwikkeling) en verdubbelde binnen twee jaar zijn medewerkers. Maar toen brak het zweet hem uit. Hoe kon hij vermijden in een verstikkend bureaucratisch moeras te belanden van het soort dat hij had gezien in zijn militaire dienst, bij Philips en bij Esa?

Zijn oplossing: richt nog een BSO op. Zo startte een van de succesvolste Nederlandse IT-ondernemingen. Het geheim achter de onstuimige, blijvende groei: celdeling. Was een cel eenmaal vijftig medewerkers groot, dan werd de boel opgesplitst en gingen twee cellen in grote zelfstandigheid verder. Zo groeide de BSO uit tot duizenden medewerkers.

Dat wil niet zeggen dat de onderneming een bijeengeraapt zooitje cellen was met de stempel BSO. Om de eenheid en zichtbaarheid te bewaren, legde Wintzen keiharde standaarden op. Zo lagen naamgeving, logo, huisstijl, kantoorinrichting en administratieve software knetterhard vast. Ook het projecthandboek bevatte gedetailleerde richtlijnen en instructies om te voorkomen dat aangenomen projecten uit de hand liepen.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one and enjoy all the benefits.

Login

Related content