Nieuws

Draadloosstarter wint met slimme gebouwautomatisering

Alexander Pil
Leestijd: 3 minuten

De Dutch Green Building Council (DGBC) heeft de Duurzame Innovator Pitch 2009-prijs uitgereikt aan Rick Wolleswinkel van Octalix. Het bedrijf uit De Meern ontwierp en vermarkt een slim systeem dat sensoren gebruikt om de aanwezigheid van personen vast te stellen en daarmee het energiegebruik minimaliseert voor de klimaatcontrole in gebouwen. De DGBC is een onafhankelijke organisatie die een duurzaamheidslabel ontwikkelt voor Nederlandse gebouwen en gebieden.

Octalix heeft zijn roots in het Utrechtse Melexis Telecom. In 2004 besloot een groepje van acht man zich af te splitsen om zich te kunnen richten op energiezuinige en draadloze gebouwautomatisering. Onroerend Groen, zoals de spin-off toen nog heette, deed zijn eerste project voor de Rijksgebouwendienst. Het legde een draadloos beheerssysteem aan in de Algemene Rekenkamer in Den Haag en bewees daarmee de haalbaarheid van een regelconcept op basis van energiestromen. Sinds eind vorig jaar heeft het bedrijf voldoende financiering binnengehaald en zijn de producten klaar voor de markt. Onlangs rolde Octalix zijn grootste project tot nu toe uit. Samen met Priva uit De Lier voorzag het de Haagse Hogeschool, zo‘n 15 duizend vierkante meter, van een beheerssysteem.

Octalix claimt in een gebouw 50 tot 70 procent te kunnen besparen op het energieverbruik. ’Eigenlijk is besparen niet de goede term, we stoppen de vermijdbare verspilling‘, zegt CTO Wolleswinkel. ’Onze systemen meten alle energiestromen in het gebouw: elektra, verwarming, koeling en ventilatie. Ook detecteren ze de aanwezigheid van mensen in het vertrek door middel van infraroodsensoren, CO2-metingen en variaties op elektriciteitsgebruik. Iemand die achter een pc zit te werken, is prima op basis van zijn verbruik te herkennen. Door precies te meten waar mensen zijn in een gebouw gaat in de zomer bijvoorbeeld niet in het gehele gebouw de airco aan en hoeven de schoonmakers alleen maar langs te komen in kantoren die minstens drie dagen zijn gebruikt. Tijdens een vergadering wordt er in de vergaderruimte meer geventileerd, terwijl het energieverbruik op de lege werkkamers tot een minimum wordt beperkt. We kunnen beter inspelen op veranderingen. En we gebruiken zelfs de weersvoorspelling. Als het op een dag mooi weer wordt, gaan we ‘s ochtends niet opwarmen als de temperatuur te laag is. Dat komt vanzelf goed als iedereen zijn apparatuur aanzet. Alle mensen zelf zijn trouwens rondlopende straalkacheltjes van ongeveer 100 watt en die kunnen een gebouw aardig verwarmen. Sowieso doen we niets als de ruimtetemperatuur tussen 20 en 24 graden is.‘

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one and enjoy all the benefits.

Login

Related content