De week van een ict-docent

Reading time: 5 minutes

Author:

Wilrik De Loose werkt als docent bij Fontys Hogeschool ICT.

Docent Wilrik De Loose beschrijft een gemiddelde werkweek bij Fontys Hogeschool ICT. Elke dag zijn er weer nieuwe deadlines.

Sinds ruim een jaar werk ik voor veertig uur bij Fontys Hogeschool ICT, de FHICT. Ik heb mijn basiskwalificatie onderwijs inmiddels afgerond, maar net als in het bedrijfsleven ben je nooit uitgeleerd. Zeker niet in de wereld van de ict. Niet alleen op technisch vlak maar ook pedagogisch en didactisch blijf je jezelf ontwikkelen. Daar is altijd ruimte voor bij Fontys, en dat is prettig.

Momenteel geef ik vier verschillende vakken in drie verschillende semesters: C# en SQL in het tweede semester, het laatste halfjaar van de propedeusefase, userinterfacedesign in het vierde semester en softwareontwikkelprocessen aan studenten uit het zesde semester, vlak voor hun afstuderen. Daarnaast begeleid ik een hoop projectgroepjes en een stagiair. Bovendien heb ik ontwikkeltaken, vergaderingen en teamoverleg en ben ik studieloopbaanbegeleider (SLB) van een aantal studenten.

Maandag

De week begint met een les over userinterfacedesign. Dat is een vak waar de meeste studenten niet om zitten te springen; ze programmeren liever. Het vakgebied is echter veel breder en onze opleiding daarom ook. Studenten krijgen zo een beter beeld van de mogelijkheden. Wat kunnen ze straks allemaal doen met het diploma?

Ik probeer iedereen bij de les te houden door af en toe een grapje te maken of wat leuke plaatjes te integreren in mijn presentatie. Het blijft moeilijk. Het verschilt ook per klas en per student. Anders dan ‘vroeger’ is de docent niet zo lang aan het woord. Korte instructies en aan de slag. Zo ook bij mij in de klas. Ik maak een rondje om te zien hoe het de studenten vergaat met de opdrachten. Per groepje noteer ik hun voortgang en bespreek ik hun voorgaande resultaten.

De les zit er alweer bijna op. Snel mijn broodtrommel zoeken en wat eten. Voor jezelf zorgen is belangrijk, hebben ze me op het hart gedrukt. Toch haast ik me; ik wil niet te laat komen bij de oplevering van dat studentenproject.

Tussen alle lessen door bespreek ik de studievoortgang met wat SLB-studenten van mij. De ene student is de andere niet, maar ze verdienen allemaal mijn volledige aandacht. Slaapproblemen, concentratiestoornissen, liefdesperikelen, motivatie-issues, ADHD, autisme, moeite met plannen, ik kom het allemaal tegen. En dat is ook het mooie ervan. Een kleurrijk scala aan individuen die allemaal één ding voor ogen hebben: afstuderen in de ict. En ik mag ze daarbij helpen.

Dinsdag

’s Ochtends geef ik objectgeoriënteerd programmeren in C#. Daar heb ik de volledige aandacht van de studenten. Dit is waar het ze om gaat: coderen. ‘Meneer, kan ik dan ook …’, ‘Is het ook mogelijk om …’, ze blijven vragen. Ik ben nog nooit zo vaak meneer genoemd in mijn leven, maar ik krijg wel een goede discussie op gang. Heerlijk!

Na mijn korte presentatie over het nieuwe stukje theorie gaan ze met hun opdrachten aan de slag. Ik maak een rondje door de klas en kijk per student hoe die de individuele leerdoelen heeft begrepen. Net als bij andere vakken en klassen zijn sommigen helemaal bij met de stof en anderen lopen wat achter. Soms zorgwekkend veel. ‘Hoe komt het dat je de opdrachten nog niet af hebt?’, vraag ik vriendelijk. Het blijkt dat hij ook achterloopt met databases en daar nog een opdracht voor moest inleveren. Ik raad hem aan om deze week een flinke inhaalslag te maken, want de materie komt terug in de toets over twee weken.

In de middag heb ik tijd om te werken aan nieuw lesmateriaal. Opdrachten verzinnen en uitwerken, instructies opstellen, handleidingen schrijven voor studenten en docenten en ga zo maar door. Tussendoor word ik ‘gestoord’ door mails, telefoontjes, collega’s met dringende vragen en studenten met nog belangrijkere zaken. Je zit nooit stil als docent.

Woensdag

Databasedag. De gehele ochtend staat in het teken van SQL en Oracle, tot aan de lunch. Dan heb ik weer vergaderingen en een oplevering van een projectgroep. Het onderwerp van vandaag: complexe joins. De studenten kijken me een beetje glazig aan. ‘Zijn er nog vragen over deze theorie?’, vraag ik hoopvol. Het blijft akelig stil. Ik kan me niet voorstellen dat ze het alle vijfentwintig direct hebben begrepen. Het is best wel een lastig onderwerp als je de periode hiervoor pas voor het eerst in aanraking bent gekomen met databases. Eén dappere student waagt het erop en vraagt: ‘Waar is die auto join dan goed voor?’ Yes, een goede vraag! Een andere student neemt uit zichzelf het woord. Mooi om te zien dat ze het samen kunnen oplossen en zo van elkaar kunnen leren. Dat is de uitdaging.

Donderdag

Na een ochtendje objectgeoriënteerd programmeren in C# geeft ik ’s middags les aan vierdejaarsstudenten. Zij hebben net hun stage achter de rug en zijn bezig aan het laatste semester voor ze gaan afstuderen. Deze groep hoef ik niet meer uit te leggen hoe een net verslag eruitziet; ik hoef ze alleen maar te vertellen wat de richtlijnen zijn van de opdrachten en waar ze deze kunnen terugvinden. Dit zijn geroutineerde studenten, klaar om zichzelf te bewijzen en te gaan ontplooien als ware software-engineers.

Het is goed om te zien dat studenten zich gedurende hun vier jaar bij ons ontwikkelen tot professional. We sturen daar ook gericht op. De industrie zit niet meer te wachten op codeninja’s; ze wil serieuze mensen die goed kunnen samenwerken in teams. Deze groep studenten heeft dat in mijn ogen bereikt. Klaar om af te studeren!

Vrijdag

Mijn werkweek eindigt met de begeleiding van projectgroepen. Elk groepje is bezig met een groot stuk software dat ze over een aantal weken moeten opleveren. Ze hebben een analyse uitgevoerd en een softwareontwerp gemaakt en nu zijn ze aan het programmeren. Met elk groepje heb ik kort een vergadering. Het zijn nog eerstejaars en ze voelen zich niet allemaal even op hun gemak tijdens de bespreking. Het gaat om de voortgang, dus daar stuur ik op tijdens de meeting. Wanneer het dreigt te ontsporen, kan ik ze weer op de rails helpen.

Het belangrijkste voor mijzelf is het plezier waarmee ik naar mijn werk ga en voor de klas sta. Het is druk en hectisch en daar moet je mee om kunnen gaan. Elke dag zijn er weer nieuwe deadlines. Net als de studenten moet je dat zien als uitdaging en niet als probleem.