Opinie

De spiegel van de FPGA-architectuur

Sander Hulsenboom is teamleider/coach bij Océ R&D

Leestijd: 3 minuten

Klussen is hot. Zet de tv maar aan en de programma‘s schieten voorbij over het klussen aan of zelfs bouwen van huizen. Architect of niet, wel of geen makelaar, rode of zwarte dakpannen, zelf klussen of uitbesteden, je kunt er zo een avond mee vullen. Sommige mensen hebben een helder plan en voeren dat strak uit. Anderen werken aan alles tegelijk, hebben hun badkamer rechtstreeks in verbinding staan met de meterkast, blijven wijzigen en klaren de klus nooit.

De vergelijking is makkelijk door te trekken naar mijn werksituatie. Iemand verbaasde zich laatst over het gebrek aan een architect voor FPGA-ontwikkelingen en het beperkte aantal wijzigingen op onze FPGA-architectuur. Waar embedded software of systeemprocessen vaak als vanzelfsprekend een architect definiëren, kennen we bij FPGA-ontwikkelingen eerder een senior designer. Terwijl juist de FPGA-architectuur erg belangrijk is om tot een goed embedded-ontwerp te komen. Het zegt veel over je bandbreedte, kostprijs en schaalbaarheid voor de toekomst en je moet dan ook goed nadenken over structuur, flexibiliteit, interfaces, bussen, gedrag en bandbreedte.

Zelf kom ik van oorsprong uit de softwarehoek. Embedded software is een dynamische wereld met een brede toepassing. Het is knap lastig om daar goed mee om te gaan. Buiten Océ zie ik soms groepen en wijzigingscommissies die druk bezig zijn met architectuuraanpassingen op embedded-control-gebied. Verandering lijkt daar de enige constante. Nu geldt dat in techniek altijd, maar je moet je ook afvragen of je blij wordt van continue architectuurverandering. Het is niet alleen technisch een enorme uitdaging, het kost ook veel tijd en moeite.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one and enjoy all the benefits.

Login

Related content