Technieuws

Brusselse algoritmes sporen landmijnen nauwkeuriger op

Koen Vervloesem
Leestijd: 4 minuten

Luc van Kempen heeft voor zijn doctoraatsonderzoek wiskundige algoritmes ontwikkeld om de verwerking van gegevens uit een Ground Penetrating Radar (GPR) te verbeteren. Een GPR kan de locatie en vorm van verborgen objecten in de grond bepalen en is daarom geschikt voor het opsporen van landmijnen. Van Kempen is verbonden aan de vakgroep Elektronica en Informatica van de Vrije Universiteit Brussel.

’GPR-gegevens kun je in drie voorstellingstypes gebruiken‘, legt Van Kempen uit. ’Een A-scan is een tijdssignaal dat je krijgt door de GPR op één welbepaald punt te plaatsen en een meting uit te voeren. We zenden een puls uit en meten de reflecties in functie van de tijd. Wanneer we dit herhalen op een aantal punten, mooi verdeeld op een rechte lijn, dan kunnen we de opgemeten tijdssignalen bundelen in een tweedimensionale voorstelling, een zogenoemde B-scan. Ten slotte is een C-scan hiervan een driedimensionale extrapolatie.‘

Om een goed beeld te krijgen van de ondergrond mag er geen irrelevante of misleidende informatie in de gegevens uit de GPR aanwezig zijn. Daarom verwijdert Van Kempen in een eerste fase, de ’preprocessing‘, de ongewenste effecten. ’Het gaat hier bijvoorbeeld om kruisspraak, het signaal dat zonder weerkaatsing direct van zend- naar ontvangstantenne gaat, de reflecties van de scheiding tussen lucht en grond en ook tussen grondlagen en de reflecties van objecten die veel groter zijn dan de landmijnen.‘ Van Kempen past hiervoor verschillende systeemidentificatiemethodes en types van beeldfiltering toe. De resultaten zijn volgens hem erg afhankelijk zijn van de meetomstandigheden.

This article is exclusively available to premium members of Bits&Chips. Already a premium member? Please log in. Not yet a premium member? Become one and enjoy all the benefits.

Login

Related content