Adeas plukt eerste vruchten risicodragend ontwikkelen met partners

Reading time: 8 minutes

Author:

Met een focus op FPGA-ontwikkeling in combinatie met applicatie- en domeinkennis groeide ontwerphuis Adeas in vier jaar naar vijfentwintig medewerkers. Veel last van de crisis heeft het bedrijf niet, al ziet directeur Antoine Wijlaars veel onzekerheid om zich heen. ’Maar de neergang biedt ook volop kansen. Voor ons is het zaak om in ons specialisme voorop te blijven lopen.‘

’Het afgelopen kwartaal was beter dan het eerste kwartaal van vorig jaar en dat was al goed‘, zegt Antoine Wijlaars. De directeur van Adeas kan terugkijken op een succesvolle start van zijn vier jaar oude bedrijf. De hardwarespecialist startte in 2005 met een kantoorruimte in het European Business Center aan de luchthavenweg in Eindhoven. Inmiddels is het kantoor vijf keer zo groot en werken er drieëntwintig specialisten in ontwikkeling.

Maar de tijd is er niet naar om achterover te leunen. Wijlaars ziet nog veel onzekerheid in de markt. ’Grass Valley, een van onze belangrijkste klanten, staat te koop. Andere klanten zijn terughoudend of op zoek naar nieuw kapitaal. Dan vraag je je vanzelf af of je ook pas op de plaats moet maken. Van de andere kant zie ik kansen om nieuwe relaties op te doen of met bestaande klanten nieuwe trajecten in te slaan. Technologie geeft ruimte aan nieuwe initiatieven. De huidige tijd is spannend. Er is beweging. Iedereen moet keuzes maken. Sommige partijen bouwen hun ontwikkeling af, andere grijpen de kans om een voorsprong op de concurrentie te nemen en gaan op volle kracht door.‘

Antoine Wijlaars komt uit een horecagezin. Zijn ouders waren eigenaar van een hotel-restaurant in het Brabantse Someren. Als tiener voelde hij al meer voor de techniek. Na zijn vwo koos hij voor elektrotechniek op de Fontys-hogeschool in Eindhoven. ’Ik wou een vak leren, meer praktijkgericht‘, antwoordt hij op de vraag waarom het geen universiteit werd. ’Maar ik dacht ook dat het goed was om minder op mijn eigen discipline te vertrouwen.‘

In 1991 overwoog hij toch door te studeren aan de TU, maar hij kreeg de kans om bij Philips Natuurkundig Laboratorium te beginnen. Het was net na Centurion, de grote reorganisatie van Jan Timmer. Wijlaars herinnert zich de aparte sfeer die er op het Natlab hing. ’Ik kwam binnen met de eerste groep net afgestudeerden, kort nadat de mensen daar een heleboel collega‘s hadden zien vertrekken.‘

Hij startte in het Europese project Digital Terrestrial Television Broadcasting, nu bekend als DVB-T, de standaard waarmee nu bijvoorbeeld Digitenne werkt. Wijlaars deed systeemsimulaties en kreeg later de leiding over de testuitzendingen in Eindhoven. Hij spreekt er nog met veel enthousiasme over. ’Bovenop het WY-gebouw hadden we een testzender voor aardse digitale video-uitzendingen staan. Ik trok er met de mensen van Nozema op uit om bij Philips-medewerkers thuis in Eindhoven de signaalsterkte te meten en ontvangstkwaliteit te beoordelen.‘ Ook werkte Wijlaars nog aan videomultiplexing en P1394, een standaard voor seriële audio- en videocommunicatie die later opging in Firewire (IEEE1394).

Rollebollen

Het communiceren en regelen beviel hem goed. Daarom greep hij eind 1995 de kans om als accountmanager te starten bij Detron, het bedrijf van George Banken dat in die jaren explosief groeide. In ‘98 werd hij businessunitmanager en ging een jaar later vanuit Detron mee in Emtec, de managementbuy-out van Cees van Empel. Anderhalf jaar later, in 2001, werd hij directeur operations en sales van de nieuw opgerichte Emtec-dochter Emdes. Met een kleine dertig medewerkers richtte Emdes zich op hardwareontwikkeling en software dicht bij de hardware. Wijlaars: ’Emtec ging zich meer en meer als machinebouwer profileren. Mijn afdeling richtte zich meer op apparaatontwikkeling. De aanknopingspunten met machinebouw waren beperkt.‘

Na Emtecs faillissement in 2002 startte Emdes binnen vijf dagen door. ’Emdes kon onder dezelfde naam blijven opereren‘, zegt Wijlaars. ’De naam was niet besmet en we konden klanten blijven helpen.‘ Emtec startte door als Systence en Emdes ging met Wijlaars als enige directeur als zelfstandige werkmaatschappij in de Systence Groep opereren. In 2005 besloot Wijlaars echter zijn eigen weg te gaan. Hij verschilde van mening met toenmalig Systence-directeur Eric Smulders over de te volgen strategie en richtte Adeas op, samen met zijn collega Antoine Hermans.

Met Adeas wilden Wijlaars en Hermans zich op complexere hardwareontwikkeling storten. ’We waren overtuigd van de toekomstmogelijkheden van FPGA‘s en wilden uitgroeien tot specialist op FPGA-design. Met onze technische kennis van elektronica en embedded processing in combinatie met domein- en applicatiekennis moesten we potentiële klanten kunnen overtuigen. Drie senior designers van Emdes kwamen direct bij ons werken ongeveer een jaar later volgden er nog drie. Je kunt je voorstellen dat ik heel wat te bespreken had met Eric Smulders‘, lacht hij. Dat de partijen niet rollebollend over straat gingen, was volgens Wijlaars te danken aan het wederzijdse belang om de Emdes-klanten niet te duperen en te blijven helpen. ’We kwamen vrij snel een modus overeen waar beide partijen mee konden leven.‘

Als een dolle

Achteraf is het hem meegevallen om een bedrijf te starten. ’Het is keihard werken en de eerste tijd is kritiek. Je hebt nog weinig vet op de botten om tegenslagen op te kunnen vangen. Veel geld is gaan zitten in computers, licenties en overige inventaris. Veel is ook afhankelijk van de mensen. Bij ons waren dat niet de minsten. We zijn gestart met hele vakbekwame senior techneuten waarmee we direct mooie projecten zijn gaan doen.‘

Adeas had ook de tijd mee. In 2005 begon de markt aan te trekken. De starter had gelijk het vertrouwen van belangrijke klanten, waaronder Dektec. Dit in 2000 gestarte bedrijf richt zich op testen en meten, analyse en transmissie van digitale video. Wijlaars kende Dektec-eigenaar Sito Dekker nog uit zijn tijd bij Philips. Ook bediende Adeas al snel Philips Apptech en Grass Valley, een fabrikant van professionele camera‘s.

Vertrouwen vindt Wijlaars van groot belang. ’Je leert iemand pas echt kennen op het moment dat er problemen zijn. Wanneer die wel of niet worden opgelost. Daarnaast is technische kennis en ervaring belangrijk. Dat je kan laten zien wat je in huis hebt.‘ Ook korte lijnen helpen. ’Bij Dektec is de DGA onze gesprekspartner. Hij beslist. Bij de grote OEM‘s heb je te maken met de hiërarchie. Daar is het moeilijker voorspelbaar. Een afdelingshoofd kan iets willen, maar bijvoorbeeld hoger management of de inkoopafdeling kan het stoppen. Daar kan de voorkeur uitgaan naar zakendoen met andere grote bedrijven.‘ Maar Wijlaars ziet nog wel grote bedrijven waar mensen vanuit hun technische expertise keuzes kunnen maken. ’Ik heb verschillende ingangen bij afdelingsmanagers die de vrijheid hebben om met ons zaken te kunnen doen.‘

Strategisch klanten kiezen noemt hij essentieel. ’Je kunt wel als een dolle acquireren en kijken hoe je het oplost, maar dan loop je het risico dat je projecten minder goed afrondt. Dat is niet goed voor je naam. We kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit.‘

Vooral het tekort aan goede ontwerpers beperkte de groei van Adeas. Vorige jaar was er vrijwel niemand te vinden. Dit jaar heeft hij twee nieuwe medewerkers aangenomen. Het zijn de voordelen van de recessie. ’We kunnen nu makkelijker aan mensen komen, al zijn we zeer kritisch.‘

Risicodragend

Hij noemt Adeas vooral een hardwareclub. ’We zijn een designhouse. Het liefste doen we FPGA-ontwerp in combinatie met boarddesign en embedded software. Hierbij integreren we steeds vaker ook IP van derden.‘ Als de softwarecomponent omvangrijk is dan werkt Adeas samen met een partner. Sioux is zo‘n partij. ’Ze zitten vlakbij. We doen beide in-huis ontwikkeling, zijn voornamelijk complementair en de bedrijfsculturen passen goed bij elkaar.‘

Adeas lift mee op het toenemende gebruik van FPGA‘s in hardwareontwerpen. ’Met name in de professionele en industriële hoek kun je met lage volumes de kosten van een Asic niet terugverdienen. Als de volumes toenemen bieden FPGA-fabrikanten intussen wel volop mogelijkheden om op te schalen naar hogere aantallen.‘ Boardproductie doet Adeas niet, maar de fabricage loopt soms wel onder de verantwoordelijkheid van het bedrijf. ’Met name de grote concerns hebben eigen assemblagepartners en faciliteiten.‘

Sinds een paar jaar neemt Adeas ook deel in risicodragende projecten. Samen met Dektec investeerde Adeas in de ontwikkeling voor het bedrijf STN. Het gaat om een zogenaamde Direct Qam-module voor kabel-tv-distributie. Het Hulstse bedrijf won er inmiddels een innovatieprijs mee. De DQ800-module zet videosignalen vanuit IP om in acht gemoduleerde transportstromen met elk tien videokanalen van dvd-kwaliteit. ’Dit maakt op straatniveau de overgang van Gigabit-IP naar coax mogelijk. De elektronica maakt een veel efficiënter gebruik van bandbreedte mogelijk‘, zegt Wijlaars als hij een bordje uit een vitrine pakt. ’De functionaliteit in dit kastje vulde enkele jaren geleden nog bijna een heel 19 inch rek. Het is een compleet nieuw product voor een nieuwe markt. Daar zien we nu de eerste rendementen van.‘

Door risicodragend te investeren kan Adeas meeliften op het succes van STN. Voor dit soort producten is een wereldwijde marketing- en verkooporganisatie nodig en dat zou Adeas zelf nooit kunnen behappen. ’We zitten erin omdat we veel kennis hebben in het digitale videodomein, internetconnectiviteit, FPGA‘s, en high-speed boarddesign. We zetten die kennis in bij verschillende klanten hier in de regio. Ons streven is in FPGA-design meer kennis te hebben dan onze klanten. Dat is niet eenvoudig als je bedrijven als ASML en Grass Valley tot je opdrachtgevers mag rekenen. Door specialistische technische kennis te combineren met domein en applicatiekennis, ontstaat ook internationale aantrekkingskracht. We krijgen onderscheidend vermogen en hebben steeds meer internationale contacten.‘

Een van de gebieden waarop Adeas momenteel zelf kennis opbouwt, is het IEEE1588-protocol om single frequency-netwerken te synchroniseren met een precisie van 10 tot 100 nanoseconden, belangrijk als een ontvanger overstapt naar een andere zender. Ook werkt het bedrijf aan MPeg-transcoding. Adeas ontwikkelt de technologie om MPeg2-stromen direct om te zetten in H.264 dus zonder eerst MPeg-2 te decoderen en daarna weer te comprimeren met H.264. Wijlaars: ’Het komt neer op slim kijken hoe de videostroom is versleuteld. We zijn geen researchbedrijf, maar als je op applicatie- en domeinkennis voorop wilt lopen, moet je de eigen kennis laten groeien. Dit kun je niet van de plank kopen.‘

Wel zijn op de open markt steeds vaker bruikbare IP-blokken verkrijgbaar. Die vind je bijvoorbeeld via de websites van de verschillende FPGA-leveranciers. Wijlaars wijst er echter op dat je met de aanschaf van IP de kennis nog niet in huis hebt. ’Je weet op voorhand niet of je succesvol zult zijn met een gekocht IP-blok. Het aantal bedrijven dat IP-cores aanbiedt is groeiende. Wij hebben ook externe IP geïntegreerd, maar er zijn duidelijk risico‘s. Vooral als je als eerste nieuwe broncode gebruikt, kan het mis gaan.‘

Werken in zeer gespecialiseerde niches brengt wel restricties in klantkeuze mee. ’We zitten in een aantal gevallen technologisch heel dicht op de core van klanten en moeten uitkijken dat we hun concurrenten niet bedienen. Als we voor Grass Valley cameraontwikkeling doen, dan betekent dat automatisch dat we dat niet voor Sony of Panasonic doen.‘

Door zo dicht op de kernexpertise van klanten te zitten bouwt Adeas ook intellectuele eigendom op met klanten, zoals in het geval van Dektec en STN. ’In dergelijke projecten ontwerp je een groot deel van het product. Daar is onderling vertrouwen, interactie en samenwerking van groot belang en je komt met regelmaat bij je partners over de vloer.‘ Wijlaars timmert dergelijke samenwerkingen (waarbij partners samen IP ontwikkelen) niet af met zware juridische contracten. ’Onze contracten zitten goed in elkaar, maar een belangrijk aspect is vertrouwen. Dat is met MKB‘ers iets makkelijker dan met grote partijen waar veel meer aandacht aan het juridisch dichttimmeren moet worden besteed.‘